82. Charlotte (18 april 2020)

René Jansen - Beeldend Kunstenaar

Charlotte.


Op 1 september 2016 ging er bij omroep AVRO/TROS een nieuw kunstprogramma van start, met als titel: “Het geheim van de meester”. En aangezien ik naar alles kijk waar het woord kunst in voorkomt, zat ik ook nu gespannen voor de buis. Het idee is dat een team van specialisten door middel van een reconstructie er achter probeert te komen hoe zo’n meesterwerk nou tot stand komt. Dus welke verf word er gebruikt op wat voor drager. Maar vooral welke techniek heeft de schilder gebruikt om dat uitzonderlijke resultaat te bereiken. Kortom de weg naar het meesterwerk opnieuw bewandelen. Ook de lijst waarin het kunstwerk zich bevindt wordt nagemaakt.


De grap is dan dat aan het eind van elke aflevering het origineel en de reconstructie naast elkaar komen te hangen, om zodoende een goed beeld te krijgen in hoeverre het is gelukt om het origineel zo dicht mogelijk te benaderen. In de eerste aflevering lag de lat meteen al flink hoog; “het meisje met de parel” van Johannes Vermeer kreeg de primeur. Het team bestaande uit presentator Jasper Krabbé, restaurateur Michel van der Laar, materiaaldeskundige Joris Dik, timmerman Bert Visscher en last but not least: kunstschilder Charlotte Caspers, die ook nog eens 10 jaar docent schildertechniek was geweest op de restauratorenopleiding aan de universiteit van Amsterdam. Ik kende eigenlijk alleen Jasper, omdat het een Krabbé tje is en die hebben n.l. een aangeboren talent om zichzelf te profileren. ‘k Vind overigens dat ie z’n enthousiasme voor kunst prima kan overbrengen, niks mis mee. Maar wie bij mij direct in het oog sprong was Die Charlotte. “Sodeknetter; wie ben jij dan wel?” dacht ik. ‘k Kom wel vaker mooie vrouwen tegen, maar dit was duidelijk eentje uit de buitencategorie. Op haar schouders lag de zware taak om die Vermeer maar even na te schilderen. Ik had al vrij snel in de gaten dat ze geen “draufgänger” was. Gezien haar achtergrond is ze meer het bedachtzame type. Ik kan me zo voorstellen dat de druk voor haar enorm moet zijn geweest. En dan ook nog een cameraploeg in je nek, die bij elke streek die je neerzet meekijkt. ’t Voelde erg ongemakkelijk, dat zag ik wel. Want ga maar na: een topstuk van Johannes Vermeer! Kan ik dat wel?


Nou, ze kon het. Via een nauwkeurige tekening en een grisaille onderschildering werden voorzichtig de laagjes kleur over elkaar aangebracht.

En Jasper? Die crost op z’n motor door het land om al die oude pigmenten op te speuren, want er moet natuurlijk wel echt lapis lazuli worden gebruikt om de blauwe tulband van het meisje mee te schilderen. Of om met gevaar voor eigen leven samen met Michel van der Laar het giftige loodwit te maken, want dat was het wit waar de schilders in de 17 e eeuw zich van bedienden. Ruime aandacht ook voor de camera obscura die Vermeer vermoedelijk heeft gebruikt voor z’n schilderijen. En natuurlijk de parel die geen parel is, maar waarschijnlijk van verzilverd glas. En dan was er nog de veroudering craquelé. Hoe krijg je die in een schilderij die nog maar net droog is? Nou met eiwit en een zonnebank dus. Inmiddels was de lijst ook klaar en kon het werk in een speciale museumkist door een professioneel vervoersbedrijf onder motorbegeleiding van Jasper naar het Mauritshuis worden gereden. En dan is het tijd voor de vergelijking. Gebroederlijk hingen ze naast elkaar op de plek waar normaal gesproken alleen het origineel hangt. Voor diegene die het schilderij goed kennen en het ook in het echt hebben gezien, zal het niet zo moeilijk zijn geweest om het origineel te herkennen. Maar voor de leek zal het toch een beetje gokken zijn. Het is vooral de uitdrukking van het gezicht van het meisje dat zoveel indruk maakt en die kun je dus nooit voor de volle 100 % na maken.

Nou is “het meisje met de parel” heel vaak nageschilderd; zowel door amateurs, als door professionals en ik zie het eigenlijk meteen als het niet om het echte werk gaat. De versie van Charlotte steekt daar met kop en schouders boven uit; een groter compliment kan ik haar niet maken. Dat het programma een doorslaand succes bleek te zijn verbaasd me niks. Het hele avontuur wordt verteld alsof het een spannend jongensboek betreft. Het bleef gelukkig ook niet bij enkel oude meesters. Bij de eerstvolgende aflevering werd “Victory Boogie Woogie “ van Mondriaan onder handen genomen. Daarna: Rembrandt, van Gogh, Fabritius, Breitner, Turner, Schoonhoven, Toorop en nog veel meer. Inmiddels zien we uit naar het 5e seizoen.


En Charlotte? Die werd alleen maar mooier en groeide duidelijk in haar rol. Dat zagen de programmamakers ook en haar aandeel werd ook steeds prominenter. Toch bleef ze zich bescheiden opstellen. Wat moet je ook anders naast al die zwaargewichten? Als je haar eigen vrije werk bekijkt dan is het vooral geïnspireerd op de natuur. Het heeft een ingetogen poëtisch karakter, gelijk haar zelf. Dat geldt ook voor het kleurgebruik, die vooral gericht is op toon en sfeer.


En ik? Ik keek alle programma’s; al was het alleen al om Charlotte.
Ja en dan maak je een eerste tekeningetje omdat je haar oogopslag zo mooi vind. En een tweede omdat die dromerig blik je erg aanspreekt. En een derde omdat dat Victoriaanse wat ik heel erg in haar gezicht zie prachtig vind. En als je dan toch bezig bent, kun je haar ook net zo goed even schilderen. De eerste is een olieverfschets in een schetsboek op geprepareerd papier. De tweede is geschilderd op een los velletje Arches aquarelpapier. Beide schilderijtjes zijn klein, evenals de tekeningen. Ik hou van klein, bescheiden als ik ben. Ha!