79. All by myself (21 maart 2020)

René Jansen - Beeldend Kunstenaar

All by myself.


“Opgescheept zitten met jezelf”; kent u die uitdrukking? ’t Zou een typische quote van dominee Gremdaat kunnen zijn. Die dan vervolgens het gegeven analyseert en daarna een heel betoog houdt over hoe je er ook op een andere manier tegenaan kunt kijken. Dus het “elk nadeel heeft z’n voordeel” principe, om maar even een andere onsterfelijke uitspraak te citeren van iemand die dat niet bleek te zijn. Hoewel? ’t Is uiteraard maar hoe je ernaar kijkt: letterlijk of figuurlijk.


Evenals bij ieder ander verstandig mens zitten we hier met een nagenoeg volledige “lockdown”. Geen sociale contacten; alleen naar de winkel als het echt moet en dan op tijdstippen dat je ervan uit mag gaan dat er verder bijna niemand rondloopt. Harma die een baantje van twee en een halve dag in de week op de luchthaven heeft zit ook verplicht thuis. Maar ja, die zat toch al meer thuis dan dat ze aan het werk was en dat gaat al jaren goed. Zolang je elkaar maar niet in de weg zit, is er niks aan de hand. We prijzen ons gelukkig met het feit dat we op het platte land wonen, waar afstand van nature een dagelijks gegeven is. Voor alle duidelijkheid is dat in de huidige situatie natuurlijk letterlijk bedoeld, want in figuurlijke zin is de saamhorigheid erg groot. Iedereen helpt elkaar waar nodig.


Voor mij verandert er eigenlijk bar weinig. Ik zat toch al het grootste gedeelte van de dag in m’n atelier. En nu ik er goed over nadenk besef ik dat dat op de eerste twintig jaar na eigenlijk m’n hele leven al zo is. Onze jongste spruit zei ooit eens toen ie een jaartje of 5/6 was: “ik snap niet wat daar nou zo leuk aan is; de hele dag in je eentje in dat hok zitten, ik zou dat niet kunnen pap”. Nee, ik denk dat heel veel mensen dat niet kunnen, maar voor een kunstenaar is het eigenlijk een eerste vereiste dat ie dat wel kan.


Voor die mensen waarbij sociale contacten onderdeel zijn van hun dagelijkse werk is het denk ik ook een stuk zwaarder om nu verplicht thuis te moeten zitten. In veel gezinnen zijn dan ook nog de kinderen 24/7 thuis, met alle gevolgen van dien. Die van ons zijn allang uitgevlogen en hebben hun eigen manier om er mee om te gaan; maar hopen dat het goed gaat.


De laatste tijd heb ik het zelfportret als onderwerp maar weer eens opgepakt. Dit mede door het bezoek aan de tentoonstelling Breitner versus Israels in het Kunstmuseum Den Haag, waar van beide kunstenaars prachtige selfies te zien waren. Ik heb altijd al wel zelfportretten gemaakt, maar in het jaar 2017, toen m’n moeder kwam te overlijden ben ik ermee gestopt. Vraag me niet waarom. Er is ook geen reden voor te bedenken denk ik. ’t Was sowieso een gek jaar waarin maar weinig uit m’n handen kwam.


Met zo’n zelfportret zit je dus echt letterlijk met jezelf opgescheept. Aandachtig en kritisch naar jezelf kijken kan ook ongemakkelijk zijn, maar ik heb er geen moeite mee. ‘k Zet mezelf in een onbevangen modus en zie wel wat er uit komt. Het mislukt natuurlijk ook wel eens, maar dat is met andere portretten niet anders. Heel af en toe heb je wind mee en komt er iets uit waarvan je denkt: tja, dat ben ik wel; althans een deel van mezelf, want dat is het leuke van portretten in het algemeen, je kunt er altijd weer iets nieuws in ontdekken.