76. Eén week, één model (22 februari 2020)

René Jansen - Beeldend Kunstenaar

Eén week, één model.


Vorige week werd ik via de mail door Harriet weer eens gevraagd om mee te schilderen op haar model schilder clubje. Iemand van de vaste groep was ziek en ik kon voor hem of haar invallen. Het was al weer een tijdje geleden dat ik er voor het laatst was, dus ik had er wel zin in. Meestal vermeld ze dan ook wie er model zit. Dit keer een Italiaanse schone die luistert naar de naam Leila, je weet wel van het liedje van Eric Clapton. Het klinkt nagenoeg hetzelfde, maar je schrijft het anders. Ze zat wel eens vaker model, maar ‘k herinnerde me het niet meer. Niet gek, want ik ben er als invaller natuurlijk niet altijd.


Omdat ik niet in Groningen woon en de deur van het atelier al om 18.30 uur open gaat, ben ik doorgaans wat aan de late kant. De schildersessie begint weliswaar om 19.00 uur, maar je wilt ook een beetje een goed plekkie en hier geldt; wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Bij binnenkomst zag ik dat het model er ook al was en dat ik haar toch al eens geschilderd had; naakt en liggend. Ik had toen niet zo’n goede plek, omdat ik schuin op het model keek ,wat neerkwam op veel verkortingen en dat blijft toch altijd lastig. En hoewel ze prachtig was, werd het mijn avond niet. Is niet erg; het kan niet altijd feest zijn.


Vorige week werd er gelukkig voor een zittende houding gekozen. Ze had een soort van kamerjas meegenomen; of dat iets was? Ja hoor, prima. Nadat er hier en daar nog wat aan haar houding en kijkrichting werd veranderd konden we los. Ik zag nu eigenlijk pas hoe mooi ze was. Grote donker bruine ogen met daarboven stevige wenkbrauwen. En dan dat gitzwarte haar: prachtig! Over mijn plek was ik ook dik tevreden.

Op zo’n avond heb je 2 ½ uur de tijd om er iets van te maken. Dat lijkt best lang, maar in de praktijk valt dat altijd tegen. Nou ben ik als het moet best wel een vlotte schilder en kan ik ook binnen het schilderen wel aardig plannen; daarbuiten overigens een stuk minder, maar toch, je ontkomt niet aan het feit dat je niet alles kunt doen en dus keuzes moet maken. Het makkelijkst is natuurlijk om dan alleen voor het portret te gaan. En dat was gezien haar schoonheid natuurlijk ook erg verleidelijk, maar ‘k ging toch voor het grote geheel, mede omdat ik de houding samen met haar blik erg mooi vond.


Aan het eind van de avond stond er ook best iets aardigs op het paneel en niet onbelangrijk; ik had lekker geschilderd. Thuis laat ik het Harma altijd nog even zien en dan gaat het naar het atelier en kijk ik er doorgaans niet meer naar om.

Maar dit keer ging het anders. Al tijdens het schilderen had ik het gevoel dat ik er eigenlijk wel iets meer mee wilde doen. Ik vraag in zo’n geval altijd even netjes of ze er bezwaar tegen heeft als ik wat foto’s maak en dat vond ze geen probleem. Als je vaker model zit weet je dat die alleen voor eigen gebruik zijn en dat daar verder niks anders mee gebeurt. Ik zat al te denken aan misschien toch een portretje? Of weer het grote geheel, maar dan wat meer de tijd nemen om het over de olieverfschets heen te tillen en het wat meer diepgang te geven. Achteraf was ik ook niet zo tevreden over de stand van het hoofd en de blik ervan. Het formaat was ook gewoon te klein om daar in zo’n korte tijd iets fatsoenlijks van te maken. Ik besloot nog dezelfde avond aan een tekening te beginnen van enkel haar gezicht.

De next day, wanneer je met een frisse blik je werk bekijkt lijkt je enthousiasme van de vorige dag soms wat overdreven. Je ziet opeens van alles waar je daarvoor nog blind voor was. Dat was nu ook wel enigszins het geval, maar m’n algehele gevoel bleef positief. Ik besloot een tweede versie op te zetten naar aanleiding van een foto die ik aan het eind van de sessie had gemaakt. Leila raakte wat vermoeid en zakte steeds dieper in haar houding, waardoor de stand van het hoofd ook nog eens mee veranderde en haar ogen nog verder omhoog keken. Ik vond het eigenlijk heel mooi wat er gebeurde. Het maakte in ieder geval weer eens pijnlijk duidelijk dat model zitten echt veel zwaarder is dan de meeste mensen denken.



In het atelier en alle tijd van de wereld kun je zorgvuldiger te werk gaan. Dus in m’n eerste opzet ben ik veel nauwkeuriger in het zoeken naar de juiste verhoudingen en richtingen. Bij twijfel ga ik dan ook gewoon meten, zodat ik zeker weet dat alles op de goede plek zit. Daarna kun je ook veel vrijer schilderen en je goed concentreren op toonwaarden en kleurgebruik. Na een hele dag lekker doorwerken had ik best iets staan waarvan ik dacht; dit wordt wel wat. Ook het gezichtje was meer in de richting van hoe Leila eruit ziet; iets wat me op de avond daarvoor helemaal niet was gelukt. Toch ben ik doorgaans al blij als ik er een plezierig koppie op krijg, ook al lijkt het voor geen meter. Doordat ik werk met een snel drogend medium en m’n titaanwit van Old Holland aanmeng met alkyd titaanwit van Winsor & Newton, zodat de verffilm wat sneller droogt, kun je een dag later eigenlijk al niet meer nat in nat verder met het schilderij. Ik besloot een portretje van haar op te zetten. Mijn insteek is altijd dat ik een schilderij zo direct mogelijk opzet en het ook het liefst in één zitting afmaak. Dat lukt bijna nooit; domweg omdat niet alles van een leien dakje gaat. Maar die dag had ik wind mee en kwam ik een heel eind. Zo ver zelfs dat ik het gevoel had dat het niet meer kon mislukken. Hooguit later nog wat puntjes op de i zetten leek me voldoende.


De volgende dag besloot ik om toch nog iets aan de eerste olieverfschets te doen. Dat doe ik normaal gesproken nooit, want als je op één plek iets gaat veranderen ben je in no time overal weer wat aan het doen en is het eind zoek. Maar nu durfde ik het wel aan omdat ik me in de tekening en in het tweede schilderij wat meer op haar gezicht had geconcentreerd en dat ook aardig lukte, daardoor groeide m’n zelfvertrouwen om ook in de olieverfschets iets meer van de uitdrukking van Leila te leggen. De kans is uiteraard aanwezig dat je de plank aan alle kanten mis slaat en dat het alleen maar minder wordt, maar dat gebeurde gelukkig niet. Helemaal Leila werd het overigens niet, maar ’t werd ook zeker niet minder en als dat wel het geval was geweest had ik zo weer terug gekund naar het begin stadium, omdat de onderliggende verf al droog was.

Inmiddels was ik in de avonduren begonnen aan een tweede tekening van het gehele model. Ik gebruikte dezelfde foto als bij het tweede schilderij. Van zo’n tekening kun je ongelooflijk veel profijt hebben, want de verworvenheden neem je weer mee in je schilderij. Ik heb er uiteindelijk drie dagen aan gewerkt en dat zie je er ook wel aan af vind ik. Veel tijd ging in het portretje zitten, waarbij ook hier het kleine formaat me een beetje in de weg zat. Je werkt dan toch tegen de grenzen van het maakbare aan.


Uiteindelijk had ik aan het eind van de week wel gewoon drie schilderijtjes en twee tekeningen staan en dat gebeurt me maar zelden. Zo zie je maar weer wat een inspirerend model teweeg kan brengen.


De afmetingen van de schilderijtjes zijn alle 23 cm X 31 cm en zijn geschilderd op papier. Beide tekeningen zijn 20 cm X 29 cm.