73. Stenen (8 januari 2020)

René Jansen - Beeldend Kunstenaar

Stenen.


Vorige week gekeken naar een korte documentaire reeks over Drenthe; waarin Carrie ten Napel samen met haar vader Evert over de N34 van zuid naar noord Drenthe rijd. Die N 34 staat sinds 2018 ook wel bekend als de Hunebed Highway. Staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat en Henk Brink hebben dat op 9 juli 2018 officieel bekend gemaakt en kracht bijgezet door overal langs de weg borden te plaatsen met een logo. Dat logo lijkt als 2 druppels water op het logo van de beroemde Highway in de VS: de Route 66. Maar daar houdt meteen elke vergelijking met die legendarische weg op. Als je alleen al naar de lengte kijkt ben je op de Route 66 met z’n 3940 km van de westkust naar de oostkust wel even wat langer onderweg dan de schamele 77 km van de Hunebed Highway. De gehele N 34 is overigens 88 km lang en begint al ergens bij een rotonde 5 km ten westen van Hardenberg. Vanaf Emmen gaat ie dan officieel over in de Hunebed Highway en loopt dan door tot aan Zuidlaren. Van de 52 hunebedden die de provincie Drenthe rijk is, liggen er 47 min of meer aan deze weg.


In 4 afleveringen van krap aan 25 minuten kun je uiteraard niet alles laten zien en moeten er keuzes gemaakt worden. Toch was er genoeg fraais te bewonderen. Daarbij heeft men gekozen voor een zo breed mogelijk beeld van de provincie. De hunebedden staken daar wat povertjes bij af. We krijgen weliswaar in de eerste aflevering bij hunebed D 49 die ook wel “De Papeloze Kerk” wordt genoemd een korte uitleg wat een hunebed is en in aflevering 2 zien we kunstenaar Arie Goedhart tekenend bij z’n favoriet; de in de Emmerdennen gelegen D 45. Verder uiteraard aandacht voor het grootste hunebed van ons land; de D 27 bij het hunebedcentrum in Borger. Ook het groepje hunebedden D 21 en 22 tussen Borger en Drouwen komt even voorbij, maar dat is het dan. Ik snap dat overigens wel, want je wilt met zo’n programma zoveel mogelijk kijkers trekken en dat doe je niet door het alleen over een hoopje stenen te hebben. Je zou de provincie daar ook tekort mee doen. Dus krijgen we een aflevering over het veen en eentje over het zand. Nemen we een kijkje bij een klompenmaker en een oude smederij. Kortom veel van vroeger en de mooie natuur waar de provincie vooral bekend om is.


In tegenstelling tot Arie Goedhart heb ik lang niet alle hunebedden getekend of geschilderd. Eigenlijk alleen die waar ik vanaf m’n jeugd mee ben opgegroeid en waar ik een speciale band mee heb. Ik heb het dan met name over de hunebedden rondom Emmen en die tussen Exloo en Emmen liggen, waarbij het groepje D 38, D39 en D 40 gelegen in het Valtherbos een bijzondere plaats in neemt.

Inmiddels woon ik al meer dan 30 jaar in Kielwindeweer en dat ligt in de provincie Groningen. Daar vindt je geen hunebedden. Wel her en der verspreide zwerfkeien, waarvan sommige qua grote menig deksteen doen verbleken.


Waar het eigenlijk op neer komt is dat ik gewoon graag stenen teken. Waarom? Tja, ‘t is allemaal steen, maar toch is de diversiteit enorm. Er is niet één hetzelfde. Niet alleen qua vorm, maar ook de structuur is soms heel anders. Dat maakt het wat mij betreft ook een boeiend onderwerp. En zo heel erg gemakkelijk is het nou ook weer niet. Een goede stofuitdrukking is met name nog best lastig. Voordat je het weet heb je een aardappel of een drol gefabriceerd.


Voor de verkoop hoef je het overigens niet te doen. ‘k Heb ooit eens één schilderijtje verkocht en een aquarel. Tekeningen zijn sowieso lastig, maar die van stenen al helemaal. Er kleeft een zweem van oubolligheid aan. ‘k Geloof ook niet dat het een erg hip onderwerp is, laat staan eigentijds.


‘k Hoorde Matthijs Röling in de documentaire die vergezeld ging bij z’n laatste tentoonstelling in het Drentsmuseum zeggen dat ie niet geïnteresseerd is in wat er in de mode is. Mode is aan verandering onderhevig. Hij heeft meer belangstelling voor iets dat blijft.

Als iets zeker is dan is het wel dat hunebedden blijvertjes zijn. Ze zijn er al meer dan 5000 jaar. En ze zullen er als nationale monumenten nog wel tot in lengte van dagen blijven staan. En ik ben ook zeker niet de laatste kunstenaar die ze tegen alle mode in zal blijven vastleggen.