62. Hockney, van Gogh en alle Rembrandts (3 april 2019)

René Jansen - Beeldend Kunstenaar

Hockney, Van Gogh en alle Rembrandts.

 

Vorige week een dagje Amsterdam gedaan met oudste zoon Thijs. Even in één dag twee “must see” tentoonstellingen er doorheen jassen. ‘k Wist van te voren dat het bikkelen zou worden, maar moet een keertje kunnen toch? Had bij voorbaat al een zootje ibuprofen geslikt vanwege een versleten knie en een rug die me van tijd tot tijd in de steek laat. Je moet er toch niet aan denken dat die kwaaltjes de pret zouden gaan bederven. We hadden besloten met de trein te gaan; in de daluren zoals dat zo mooi heet. Is een stuk goedkoper en lekker relax, want altijd een zitplaats. Alles liep op rolletjes, dus we waren precies op de aangegeven tijd bij het van Gogh Museum. Daar was het lekker druk. Er is in de media behoorlijk wat aandacht aan deze tentoonstelling besteed dus dat was wel te verwachten. ‘k Geloof ook niet dat er eerder zo’n grote presentatie met werk van David Hockney in Nederland te zien is geweest. Ik had in ieder geval nog nooit iets van hem in het echt gezien. Beetje sceptisch was ik wel, want het werk dat ik van hem kende en dan heb ik het met name over het werk wat in Los Angeles is ontstaan is niet bepaald iets waar m’n hart sneller van gaat kloppen. Om over de laatste portretten serie van z’n beste vrienden nog maar te zwijgen. Felle kleurtjes en totaal geen sfeer maakt dat ik ze ronduit lelijk vind. Dat Hockney één van de beroemdste kunstenaars van dit moment is wil nog niet zeggen dat je alles maar klakkeloos fantastisch moet vinden.
Deze tentoonstelling laat landschappen zien die hij in z’n geboorte streek East Yorkshire heeft geschilderd en daar had ik op voorhand meteen al iets meer mee. ‘k Zag al eens een documentaire over het ontstaan van de serie en was daar behoorlijk van onder de indruk. Dat juist dit werk in combinatie met dat van Van Goch in het van Gogh Museum te zien is is niet zo verwonderlijk, want hoewel Hockney volledig zichzelf blijft, is overduidelijk te zien waar hij de mosterd vandaan haalt. Hij is overigens zelf de laatste die daar geheimzinnig over doet.
Ik ging er onbevangen in en zou me wel laten verrassen was het idee. De eerste zaal toonde meteen al 3 van z’n meest omvangrijke werken. Gigantische doeken waar “De Nachtwacht” wel tig keer in past. Overweldigend van kleur en toets. Werk waar je volledig door wordt opgezogen. Eigenlijk zou je deze schilderijen aan het eind van de tentoonstelling verwachten, als een soort van apotheose op het voorafgaande. Was hiermee het kruit dan al meteen verschoten? Nee, want het werk werd gaandeweg weliswaar steeds “kleiner”, maar ook interessanter. Mooie series van steeds dezelfde plek, maar dan op een ander jaargetijde vastgelegd. Opvallend alledaags en niet erop uit zijnde om de meest pittoreske en schilderachtige plekjes te vereeuwigen, zou het net zo goed bij het Noordlaarderbos of ergens anders op de Hondrug geschilderd kunnen zijn. Eigenlijk net zoals Van Gogh het deed; lopend in het landschap en gewoon ergens gaan zitten en dat schilderen. Halverwege de tentoonstelling kregen we steeds meer het gevoel: “ik wil naar huis, ik wil zelf het landschap in, ik wil schilderen !” Uiteraard hebben we dat niet gedaan, maar het gevoel was wel frappant. Ook door de prachtige serie houtskooltekeningen raakten we geïnspireerd. Erg leuk was ook het filmpje waarop je kon zien, hoe David op z’n i-pad het landschap vastlegt. ‘k Zou het zelf niet meteen zo doen, maar het proces is geinig om te zien. En van Gogh? De werken waren met zorg geselecteerd en hadden overduidelijke overeenkomsten met dat van Hockney of omgekeerd, hoe je het ook maar wilt bekijken. Dat beide schilders “the joy of nature” tot in het diepst van hun vezels hebben gevoeld mag duidelijk zijn. Sterker nog: wij hebben het ook gevoeld en kunnen niet wachten om er zelf op uit te trekken en het allemaal vast te leggen. Maar we waren het er beide ook over eens dat Van Gogh de ware meester is.
Tja en toen zouden we alle Rembrandts van het Rijks nog even doen. Het werd een ware uitputtingsslag van vooral veel wachten. Dat begon al buiten, een lange rij voor de ingang. Vervolgens schuifelend naar de eerste zaal, waar het gewoon heel erg druk was. Als we nou eens achterin begonnen, was het lumineuze idee van Thijs. Hij had daar bij de tentoonstelling: “de late Rembrandt” goede ervaringen mee. Maar het maakte geen zak uit, het was overal druk, druk , druk. ‘k Had ook niet gedacht dat alle Rembrandts er nog zoveel zouden zijn en dan bedoel ik niet de schilderijen, want dat was nog redelijk te behappen. Die kun je ook wel een beetje van een afstand bekijken. Maar alle tekeningen en etsen is gewoon geen doen in die drukte. De formaten zijn dusdanig klein dat je op je beurt moet wachten om het goed te kunnen bekijken en dat gaat niet altijd even gemakkelijk. We hielden het om die reden ook vrij snel voor gezien. Moraal van dit verhaal: boek deze twee tentoonstellingen niet op één dag, tenzij je een langere adem hebt dan wij, wat ik me nauwelijks kan voorstellen.
Nog snel even naar de ere galerij gelopen voor “het melkmeisje” en “brieflezende vrouw in het blauw” om ons er wederom van te vergewissen dat het ongekende staaltjes van schilderkunst zijn, die waarschijnlijk nooit meer geëvenaard zullen worden. Inmiddels was het hoog tijd voor bier geworden. Dus voordat we weer op huis aan gingen ons nog even uitgebreid te goed gedaan aan twee heerlijke Belgen. Want het beste in de kunst vraagt om het beste bier.