83. In memoriam - Ronald (13 juni 2020)

René Jansen - Beeldend Kunstenaar

In memoriam: Ronald.


Mijn aller grootste, kleine donkerbruin getinte vriend Ronald of Ro, zoals Janneke hem steevast placht te noemen, is niet meer. Dat het leven onvoorspelbaar, onberekenbaar en bij tijd en wijle wreed is wisten we al. Wie z’n ogen en oren open heeft staan vangt de signalen vanzelf op, maar vaak is het een soort van ver van m’n bed show en je hoopt dat dat ook zo zal blijven. Je staat er even bij stil, vindt het erg, maar dan is het al snel weer door. Totdat het een keer volstrekt onverwachts en snoeihard je eigen leventje komt binnen denderen.


Dat gebeurde op vrijdag 5 juni jongstleden. Via een telefoontje van dochter Lisa kwam het bericht dat Ronald dood was als een donderslag bij heldere hemel. We hadden gezamenlijke vrienden op bezoek en het enige wat je dan uitbrengt zijn woorden van ongeloof en verbijstering. Zoiets zie je niet aankomen; hoe kan dat nou?! Het is niet waar,…. toch?! Wel dus. Overvallen in z’n slaap bij de vijver met z’n geliefde kooikarpers door een hartstilstand. 54 Jaar jong, met nog een heel leven voor zich. En dan is het van het ene moment op het andere afgelopen, finito, klaar.


Het moet ergens in 2003/ 2004 geweest zijn dat ik gebeld werd door ene Ronald Soeliman. Aan de andere kant van de lijn klonk een warme enigszins nerveus pratende stem: “je kent me denk ik niet, maar ik ben net als jij beeldend kunstenaar; heb ook op Academie Minerva gezeten maar ‘k ben later afgestudeerd omdat ik 10 jaar jonger ben. Ik woon in Zuidlaarderveen, dus vlak bij jou. Zou je het leuk vinden, als ik een keertje langs kom om over het schilderen wat van gedachte te wisselen?” De directheid van z’n vraag bracht me enigszins van m’n stuk, maar ‘k stemde erin toe en de volgende dag stond ie bij mij op de stoep. Klein van stuk, met een glad geschoren donkerbruine knikker en een brede lach. Een innemend typje was het, dat zag ik meteen. Gezeten in de tuin vertelde hij honderd uit; over z’n vrouw Janneke en z’n beide dochters Lisa en Josefien; kleuters waren het nog. Ze waren in 1999 de stad ontvlucht om in Zuidlaarderveen te komen wonen. Hij vertelde dat hij een groot bewonderaar van Henk Helmantel was en zelf ook wel stillevens schilderde, maar zich de laatste tijd meer op het landschap had gestort. Het liefst en plein air om zoals ie het zelf zei: “dicht bij huis het moment van de dag te vangen”. Het enthousiasme en de gedrevenheid spatte ervan af. Het werd een middag zoals er nog velen zouden volgen.


Niet veel later had ik een expositie bij galerie Wiek XX in Nieuweschans. Op de opening was niet alleen Ronald aanwezig, maar ook z’n vrouw Janneke. Het was de eerste keer dat ik haar zag. Een mooie volslanke dame, met dezelfde innemende lach als Ro. Ze was bovendien goed van de tongriem gesneden en super lief. Kortom een echt vastpakkertje. ‘k Deed dat toen nog niet , maar liet later geen moment voorbij gaan om dat wel te doen. De klik was er van meet af aan en ‘k weet nog goed dat ik dacht: “hé gast; wat heb jij het ongelooflijk getroffen met dit wicht!”

Voordat ik Ronald leerde kennen was ik een echte atelierschilder. Buiten schilderen deed ik eigenlijk nooit. Ik was vooral met m’n stillevens bezig. Op vakanties nam ik wel steevast een schetsboek en een aquarelblok mee, maar vaak kwam het er niet van of moest ik me ertoe zetten en dat doe je op vakantie toch liever niet; je ergens toe zetten.


Ronald bleek in deze een echte initiator. Het was Ronald die me met lichte tegenzin op sleeptouw nam om eens samen en plein air te gaan werken; wat de eerste keer prompt eindigde in een zandstorm ergens bij Noordlaren, waarbij de ongemakken van dat hele buiten gebeuren meteen goed aan het licht kwam. Zand in je verf, zand op je schilderij en een harde wind die je paneel bijna van de ezel deed waaien. Later op het Balloërveld moest er eerst een heel eind worden gelopen voordat we op de plek van bestemming waren. Met een kist vol schildersmaterialen en een paneel van 80 X 80 cm gebonden op een steekkar die hij moeiteloos door het rulle zand sleepte stak mijn kleine schilderkistje maar wat povertjes af. Het verschil in onze aanpak was groot. Dat zat hem niet alleen in de maatvoering, maar ook in onze werkwijze. Ronald groots en snel met z’n paletmessen over het paneel scherend. Ik klein en bedachtzaam met penselen zorgvuldig m’n toetsen neerzettend. Ook als je onze paletten met elkaar vergeleek, was er geen groter verschil denkbaar. Mijn palet bestaande uit voornamelijk aardtinten van gedempte gelen, bruinen, roden en een enkel blauw, tegen dat van Ronald met z’n phtaloblauw en groen, cadmium geel, oranje en rood en een zootje violetten, die bij mij domweg ontbreken. Toch is het nooit een punt van discussie geweest. We lieten elkaar vrij en respecteerden elkaar in hoe we de dingen zagen en aanpakten. We hadden het vooral over wat het landschap ons vertelde; over de essentie. We konden daarin ook best wel verschillend denken, maar dat werkte eigenlijk alleen maar inspirerend. Als je teveel op het zelfde level zit wordt je ook niet meer geprikkeld; laat staan geïnspireerd. Er zouden nog vele plein air adventures volgen. Zoals: “schilders op het wad”, waarbij we samen met een grote groep collega’s op de boot van Jan Velthuis en Riny Bus ons hebben laten inspireren door het wad bij Vlieland en Terschelling.

Een direct gevolg van die reis was dat we door Annemarie de Groot werden uitgenodigd om een week bij haar huis in Frankrijk te komen schilderen. Aanvankelijk voelde ik er niet zoveel voor, omdat ik bepaald geen goede ervaringen heb met Frankrijk en z’n bewoners, maar Ronald wist me zoals gewoonlijk weer met z’n enthousiasme en positivisme over te halen. Ook bleek Ronald een groot organisator te zijn. In no time had ie een geweldige groep kunstenaars bij elkaar die prima met elkaar door één deur konden. Het werd een week om nooit te vergeten en het zou uitgroeien tot een jaarlijks terugkerend evenement.


Met de tijd werd onze vriendschap steeds hechter. Dat gold ook voor onze meiden, die het prima met elkaar konden vinden en steeds meer naar elkaar toe trokken. Zo kon het gebeuren dat we in april 2016 samen op vakantie gingen naar Madrid. Doel van de reis was het Thyssen Bornemisza Museum, waar voor het eerst in Europa een grote tentoonstelling was te zien van Andrew Wyeth. De door ons beide bewonderde kunstenaar had er samen met z’n zoon Jamie een omvangrijke presentatie. Toevallig was er op hetzelfde moment een tentoonstelling van de Madrileens Realisten, waar onder andere de ongeëvenaarde Antonio Lopez Garcia deel vanuit maakt. Die beide tentoonstellingen belanden meteen aan de top van meest indrukwekkende exposities die ik ooit zag. Het werd mede door het gezelschap van Ronald en Janneke een week om nooit te vergeten.


In 2018 kregen we een uitnodiging van Chris en Hennie Verbeek om een week te komen schilderen in de omgeving van Saint André. We konden voor gratis logeren in hun vakantiehuisje. We hoefden er niet lang over na te denken en gingen wederom met z’n vieren op reis. Het werd wederom een topweek bij een bijzonder aardige gastheer en gastvrouw, een adembenemend mooi landschap en goede zin om er mooi werk te maken; wat ook gebeurde.


“Vrienden voor het leven” is een gezegde of uitspraak die je nogal eens tegen komt. Het klinkt misschien raar, maar elke periode in het leven kent in mijn ogen z’n vrienden voor het leven. Zo had ik die tijdens de lagere school en op de middelbare school. Maar met de verandering van je leven veranderen je vrienden ook. Toen ik op de kunstacademie ging studeren verloor ik al snel m’n middelbare schoolvrienden uit het oog. Soms zit er een blijvertje tussen, maar meestal is veranderende interesse de oorzaak van het uit elkaar groeien. Dat is niet erg; die dingen gebeuren nou eenmaal.


Ik realiseer me maar al te goed dat ik nu in de herfst van m’n leven zit en dat de vrienden die ik nu om me heen heb m’n vrienden voor het leven zijn; tot het bittere eind. Ronald neemt daar een speciale en heel bijzondere plaats in. Ik durf rustig te stellen dat Ronald m’n leven heeft verrijkt. Niet alleen met z’n ongelooflijke warmte en gulheid, maar ook door me overal met de haren naartoe te slepen. Zonder Ronald zou ik van alles hebben gemist waar ik geen weet van had, maar nu ik het wel weet, zou ik er niet aan moeten denken dat ik het allemaal zou hebben moeten missen. We gingen samen naar openingen van exposities, samen naar de kunstenaarssoos, samen naar memorabele tentoonstellingen. Kort geleden nog naar “Breitner versus Israëls” en de opening bij de Twee Pauwen van een tentoonstelling van Jantien de Boer. We brachten samen werk naar de galerie en haalden het samen weer op. Ook organiseerde hij bij hem thuis geregeld een barbecue met bevriende collega’s. Hij kon daar samen met Janneke intens van genieten. Het is eigenlijk teveel om op te noemen en ik doe hem vast nog op allerlei gebied tekort, maar je kunt niet alles. Ik weet ook niet alles.


Ik heb een poging gedaan om iets op papier te zetten van wat hij voor mij heeft betekend. Ik ga hem ongelooflijk missen, dat is zeker. En ik ben niet de enige; het was gewoon onmogelijk om niet van hem te houden.
Janneke, Lisa en Josefien gaan een vreselijk lieve man en vader missen. Een man die voor z’n gezin door het vuur ging. Op de uitvaart werd luid en duidelijk door Janneke uitgesproken dat ze het hoe dan ook zonder hem gaan redden: “wij zijn sterke vrouwen!” Ik twijfel er geen moment aan, al zal het gemis enorm zijn.


En Ronald en ik? Wij zouden verdomme samen oud worden; achter onze ezels. Dat was ons niet beloofd, maar daar was geen twijfel over mogelijk. In het atelier of ergens in het veld zouden we op onze oude dag een beetje zorgeloos voor ons uit gepenseeld hebben of prakken in zijn geval. Dat iemand er opeens de stekker uit zou trekken is nooit bij ons opgekomen. Toch gebeurde het. Wat doe je eraan? Niks. Het is wat het is.