The Bone Collector (7 maart 2016)

René Jansen - Beeldend Kunstenaar

The Bone Collector - 7 maart 2016

 

Op Vlieland heet Iedereen van achteren Cupido, Visser, Houter of Bruin. Dat is niet echt zo en ik vergeet er natuurlijk ook een paar, maar feit is wel dat dit typische achternamen zijn van mensen die al generaties lang op het eiland wonen. “Geboren en getogen”, heet dat zo mooi. Je bent ook pas een echte Vlielander als je op het eiland geboren bent en niet aan de vaste wal. Of men daar nog steeds zo over denkt, gezien de huidige stand van zaken in de gezondheidszorg weet ik niet, maar in vroeger tijd was dat zeker het geval. En met de naam: Houter is het zelfs zo dat wanneer je Jan heet, je jezelf best “Jan van Vlieland” kan noemen, om hiermee te onderstrepen dat je weliswaar niet de burgermeester bent, maar natuurlijk wel iemand die er op het eiland toe doet.

De naam Bruin komt in de rest van Nederland natuurlijk ook wel voor, maar dan gaat het veelal om “de Bruin”. Het oudste hotel van het eiland is “Badhotel Bruin” en bestaat al sinds 1896. En hoewel het inmiddels niet meer in handen is van de familie Bruin, draagt het nog wel de naam. Nazaten van die familie zijn er nog genoeg, ook op het eiland. Als je als een “Bruintje” word geboren en je bent een jongen, dan heet je Dirk. Ik ken er sowieso 4, maar er zullen er nog wel meer zijn. Om al die Dirken nog een beetje uit elkaar te houden, bedient men zich soms van een bijnaam. Zo heet er bijvoorbeeld één: Dirk Pijp. Erg origineel is die naam niet , maar wel lekker duidelijk als je de hele dag aan een pijp zit te lurken.

 

Verder woont er ook nog een Dirk Bruin in het beheerdershuisje van camping “Lange Paal”. Samen met z’n vrouw Anke die ’s zomer de camping runt, heeft hij rondom hun huis een geheel eigen wereld gecreëerd. Vanaf het schelpenpad dat best nog op enige afstand van het huisje ligt, zie je daar niet zoveel van. Het enige wat opvalt is een enorme houtstek waar een zootje oud ijzer aan hangt. M’n interesse in die dingen moge inmiddels duidelijk zijn, maar om nou het erf op te lopen en te vragen of ik ze mag tekenen of er wat foto’s van mag maken, dat ging mij net iets te ver. Niet dat ik ooit de ambitie heb gehad om journalist te worden, maar ik zou er ook totaal ongeschikt voor zijn geweest; niet brutaal genoeg en veel te schijterig. Vorig jaar januari stond er opeens voor het huis een met zorg gemaakt rond exemplaar, met daar bovenop een netjes gedrapeerd dekzeil. Ik heb daar toen met behulp van een foto een tekening van gemaakt, maar weer niet de moed gehad om achter het huis te kijken. Gelukkig ben ik bevriend met een andere Dirk Bruin die, hoe wil het toeval, familie is. Om precies te zijn: een neef. Vriend Dirk woont niet op het eiland, maar in Ter Apel. In de vakanties zien Dirk en Dirk elkaar regelmatig, maar daarbuiten nauwelijks. De ene Dirk is niet van z’n eiland af te branden, terwijl de andere iedere gelegenheid aangrijpt om er naartoe te gaan. Ik had m’n nieuwsgierigheid omtrent die houtstek bij vriend Dirk al meerdere malen kenbaar gemaakt en vorig zomer hebben ze het er blijkbaar over gehad, want ik kreeg te horen dat ik vooral moest komen en dat ik geheel vrij was om te doen en laten wat ik wou. Uiteindelijk krijg je denk ik toch wat je toekomt, ook al wordt je geduld soms danig op de proef gesteld. In het wachten zit ook iets van verlangen en als dat verlangen dan uiteindelijk beloond wordt is de pret aanmerkelijk groter dan wanneer je alles a la minute op een presenteerblaadje krijgt aangereikt.

 

Eerlijk gezegd had ik in m’n hoofd al zo’n beetje een voorstelling gemaakt van hoe het eruit zou kunnen zien, daar achter huize Bruin. Wetende dat, net als de halve bevolking van Vlie, Dirk een fanatieke jutter is en van alles mee naar huis sleept wat ie met name op de Vliehors tegen komt. We hebben het dan vooral over hout; heel veel hout. Maar ook touw, netten, drijvers, flessen; kortom alles wat drijft en soms ook niet; want de stroming neemt ook nog wel eens het één en ander mee. Opvallend aan het beeld dat ik mij vooraf had gevormd, was het ontbreken van skeletten. ‘k Had nog wel een krabje of iets dergelijks verwacht , maar zeker niet een heel kerkhof aan botten en schedels. Overal waar ik keek hingen en lagen resten van dode dieren. Schedels van bruinvissen hingen aan het schuurtje. In een kastje lag iets van een geit en een wervel van een walvis. Verder natuurlijk schedels van zeehonden, konijnen en van verschillende soorten zeevogels. Op een tafeltje dat van ellende bijna uit elkaar viel lagen aangespoelde scherven van en servies en prachtig verweerde flessen. In de dood en het verval ligt wel een soort van schoonheid besloten vind ik. En ook dat wat de zee soms met dingen doet is op z’n minst wonderlijk. ‘k Denk ook niet dat je nou perse een kunstenaar moet zijn om dat te zien.

Op voorhand dacht ik dat ik met die houtstek zou beginnen, want daar was het me in eerste instantie om te doen. Maar ik was dusdanig getriggerd door die schedels, dat ik niet anders kon dan daarmee aan te slag te gaan. Altijd dat doen waar je de meeste zin in hebt, dan komen ook de beste dingen naar boven. Met dit soort onderwerpen moet je je ook niet laten leiden door verkoopcijfers, want die zijn er niet. ’t Is typisch werk dat je voor jezelf maakt; omdat jij dat wilt, omdat het jou fascineert. Die fascinatie zit natuurlijk ook in de titel van de tekening: “The Bone Collector”; enigszins verwijzend naar een nogal naargeestige thriller met Denzel Washington en Angelina Jolie. Titels moeten soms ook een beetje triggeren. Niet dat Dirk Bruin ook maar iets heeft van het enge personage uit de film, in tegendeel zou ik haast zeggen, maar ‘k vond het wel een titel die de lading dekt, want dat is toch wat het is; een verzameling botten.