Plein-air adventures (29 augustus 2916(

René Jansen - Beeldend Kunstenaar

Plein-air adventures – 29 augustus 2016

 

Soms maak je afspraken en mijn idee daarover is dat je ze moet nakomen. Dat is het principe van een afspraak, want anders hoef je ze niet te maken. ‘k Heb er persoonlijk al goed de pest over in als mensen niet op een afgesproken tijdstip aanwezig zijn. Een kwartietje te laat oké; de brug stond open, maar je komt niet een half uur later aankakken.

 

Nou had ik met Ronald en Adriana een afspraak om vorige week donderdag in de buurt van Ruinen buiten te schilderen; ergens bij het Dwingelderveld.

Ronald is iemand die voor dag en dauw opstaat en ook op zo’n tijdstip in het veld kan staan. Dat gaat mij niet lukken. ‘k Kom doorgaans een stuk later m’n nest uit, maar ik ga ook later naar bed, zullen we maar zeggen. ‘k Heb ook wel even tijd nodig om op te starten. We vonden een compromis, wat inhield dat ik hem om 9.00 uur zou ophalen. Ik was er zelfs iets eerder, maar toen bleek al dat de voorspelling: warmste dag van 2016 uit zou komen. Wat warm! Normaal gesproken was ik op zo’n dag helemaal tot niets in staat geweest en zou ik het ook niet in m’n hoofd halen om ergens in het veld met die knallende zon te gaan schilderen. Maar ja: afspraak is afspraak. En het is natuurlijk m’n eer te na om het af te zeggen; beetje flink zijn toch? Ik dacht er goed aan te doen om me zo luchtig mogelijk te kleden. Een korte broek en een wit T-shirt, leek me de beste optie. Wit reflecteert het licht, dus op die manier wordt je niet zo warm, was m’n redenatie. ‘k Heb me er altijd over verbaasd waarom men in de Sahara en omstreken vooral in zwart gekleed gaat. Schijnt iets te maken te hebben met laagjes. ’t Zal.

Mijn verbazing was groot toen ik zag dat Ronald een lange zwarte broek aan had en een T-shirt met daaroverheen nog een zwart overhemd. “Moet je niet wat anders aan?” vroeg ik. “Nee hoor; je weet toch dat ik van warm hou”. Ik dacht nog: je kunt het ook overdrijven, maar liet het verder maar. Hij zou straks wel anders piepen.

 

We waren tegen 11.00 uur bij Wil en Adriana. “Eerst maar even een bakkie doen en dan op pad?” Leek me een prima plan; ik had geen haast. Bij het tweede bakkie waren we al zo lekker aan de praat geraakt, dat we min of meer de tijd aan het vergeten waren. We zaten in de schaduw, maar daarbuiten was het al niet meer te harden. Inmiddels was het 12.00 Uur; heetste moment van de dag en ik dacht: ik heb geen haast. 'k Liet ook een beetje doorschemeren dat ik er weinig voor voelde om met die hitte in het veld te gaan staan; ‘k wil niet dood. Of er niet ergens een plekkie in de schaduw was. “Waarom blijven jullie niet gewoon hier”, zei Wil en lanceerde daarmee meteen het beste idee van de dag. Je hoeft niet stad en land af te reizen om een geschikte schildersplek te vinden. Soms ligt het gewoon in de achtertuin, maar ben je er zo mee vertrouwd geraakt, dat je het niet meer ziet.

 

Het was inmiddels voor mijn doen al veel te warm, maar ‘k had A gezegd, dus nu ook B zeggen. En het maakte me eigenlijk allang geen reet meer uit wat ik moest schilderen, als het maar in de schaduw was. Zo dacht Adriana er ook over; hoewel die al een tijdje met het idee rondliep om de pompoenen in hun tuin te vereeuwigen. En Ronald? Die stond aan de rand van het veld in de brandende zon aan het gezicht op Ruinen te werken.

 

Waar ik en een boel van m’n collega’s voor bescheiden formaten kiezen; je moet het er in een beperkte tijd maar allemaal op zien te krijgen, kiest Ronald niet zelden voor de ambitieuzere maten. En hoezo 38 of 39 graden? Knallen met die hap! We moesten wel af en toe even checken of ie niet was gesmolten, maar dat viel mee. Er ging na verloop van tijd niet eens iets uit. Zelfs het zwarte overhemd bleef aan. Onbegrijpelijk. Bij het zien van z’n paneel van 60 X 120 cm zou me de moed al in de schoenen zakken, maar hij draait er z’n hand niet voor om. Ook niet in die hitte.

 

Nou is Ronald zeer actief op het internet en ook op Facebook. Regelmatig komen post voorbij, of deelt hij iets. Daar gebruikt hij z’n mobiele telefoon voor. Ik heb ook een mobiel, maar ééntje uit de tijd dat het ding werd uitgevonden en toen kon je er alleen nog maar dat mee, waarvoor het in eerste instantie bedoeld was, namelijk bellen. Tegenwoordig is het meer een computer, waar je toevallig ook mee kunt telefoneren, als je dat tenminste zou willen; want communiceren doe je vooral met WhatsApp. Ook foto’s maak je vandaag de dag met je mobiel, maar ik heb daar nog steeds een fototoestel voor. Meestal vergeet ik het ding mee te nemen en als ik hem wel bij me heb, vergeet ik om er foto’s mee te maken. Gelukkig heeft Ronald daar geen last van en blijven we aardig op de hoogte.

 

Maar hoe gek het ook klinkt, op die bloedhete dag had ik in een helder moment het toestel in m’n tas gestopt. En geloof het of niet; ik heb er ook foto’s mee gemaakt! Ronald had al het nodige gepost, maar ik wilde jullie m’n eigen fotografische impressie niet onthouden. Bij deze, waarbij de hoofdrol is weggelegd voor Ronald, omdat het in alle omstandigheden zo’n energiek manneke is.