Opening Wildevuur oktober 2017

René Jansen - Beeldend Kunstenaar

Opening Wildevuur 2017.

 

Iedereen hartelijk welkom op de opening van de tentoonstelling: “mythen en muzen”. Mooie titel, waarbij ik vooral verantwoordelijk ben voor het muzen gedeelte en Marion voor de mythen. Erg leuk dat ik juist met haar deze tentoonstelling mag vullen. ‘k Ben al lang een bewonderaar van het sfeervolle werk van deze beeldhouwster. Dit is overigens de eerste keer dat we elkaar face to face ontmoeten.

En ik ben natuurlijk blij dat u met zovelen bent komen opdraven. Sta ik m’n praatje in ieder geval niet voor Jan Doedel te houden.

Mensen die mij een beetje kennen weten dat ik hier niet sta omdat ik mezelf nou zo graag hoor praten. Integendeel zou ik haast zeggen. Ik ben ook zeker niet iemand die al improviserend even een babbel uit de mouw schud. En om te voorkomen dat het een chaotisch en onsamenhangend verhaal wordt waar niemand iets van gaat snappen en ikzelf op den duur waarschijnlijk ook niet, heb ik het helemaal uitgeschreven, want dat gaat me wel redelijk goed af.

Pascalle en Philip deden al een tijdje geen openingen meer; althans niet zelf. En helemaal geen toelichting geven op iets waar je twee jaar lang keihard aan hebt gewerkt vind ik ook nogal wat. Komt nog bij dat als er één moment is waarop m’n werk enige uitleg behoeft, dan is het nu. Mensen die mij een beetje kennen en al even hebben rond gekeken, moet het zijn opgevallen dat op de spreekwoordelijk uitzondering na, er geen enkel stilleven te zien is. Die uitzondering, een aquarelletje getiteld “wintervoorraad” is overigens binnen m’n oeuvre aan stillevens ook al een vreemde eend in de bijt.

Schilderen is een proces. En dan heb ik het niet alleen over een maakproces, maar ook over een bepaalde ontwikkeling. Ik zal een poging doen om dat proces van de afgelopen twee jaar een beetje inzichtelijk te maken. Want dat is wat er hier nu hangt; de neerslag van twee jaar tegen alle kunstontwikkelingen in lekker door schilderen aan dat waarvan ik voor mijzelf vind dat het geschilderd dient te worden.

 

Iedere kunstenaar loopt vroeg of laat wel eens tegen het feit aan dat ie zichzelf in meer of mindere mate aan het herhalen is. Voor sommigen is dat helemaal niet erg. Die variëren eindeloos op een thema en kunnen daar prima mee leven. Als het publiek het dan ook nog eens gretig afneemt, is dat helemaal kat in het bakkie. Bij mij werkt dat eigenlijk niet. Herhaling, maar vooral routine zijn uiteindelijk dodelijk. Ik heb in het verleden heel veel stillevens geschilderd. Ik vond dat fantastisch om te doen en het past ook heel erg goed bij mij maar geleidelijk aan kwam daar een beetje de klad in. Ik vond m’n draai niet meer en vroeg me steeds vaker af of ik dat al niet eens zo had gedaan? Terug kijkend in m’n archief bleek dat meer dan eens het geval. Als dan vervolgens tijdens het schilderen ook nog eens de wel bekende twee vingers in de neus belanden is het tijd om je het één en het ander af te vragen.

Iemand als Kees Verwey, een kunstenaar die ik uitermate bewonder, wist binnen het stilleven allerlei zijpaden te bewandelen; van impressionistisch, kubistisch, pointillistisch tot aan abstractie toe. Weliswaar allemaal stromingen die ook allang passé waren, of zoals m’n oudste zoon placht te zeggen een gevalletje van: “mosterd na de maaltijd”. Maar toch wist die ouwe Verwey er iets van te brouwen dat hem binnen de Nederlandse schilderkunst uniek maakt. Kijk dat kan ik dus niet; allerlei artistieke uitstapjes maken of het experiment aan gaan. Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is en wat dat betreft ben ik meer een saaie huismus dan een kleurrijke paradijsvogel. Wat ik overigens helemaal niet erg vind hoor.

 

Iedereen die wel eens een serieuze poging heeft gedaan om als schrijver iets op papier te zetten kent wellicht de uitspraak van William Faulkner: “You have to kill your own darlings”. Wat zoveel wil zeggen als; laat dat wat vertrouwd is en waar je zoveel van houd los en zet je geest open voor iets nieuws. Ik zeg niet dat ik nooit meer een stilleven zal schilderen, want zeg nooit nooit, maar voorlopig even niet.

Ik geloof bovendien erg in de influistering, iets van buitenaf waar je geen grip op hebt, maar waar je opeens wel door getriggerd word. Zo werd ik jaren geleden door collega en inmiddels goede vriend Ronald Soeliman op sleeptouw genomen om buiten te gaan schilderen. En plein-air zoals dat zo mooi heet. Ronald is altijd wel een plein air schilder geweest, maar ik vond het in het begin best moeilijk en vooral ook eng. Ik was tot dan toe toch vooral een atelier schilder. Je kent ze wel; typetje lekker veilig in je eigen hok, met de deur op slot en zonder pottenkijkers. Maar alles went; dus ook een praatje over een één of andere tante, neef of buurvrouw die ook zo leuk kan schilderen. Want dat is wat er gebeurd als je “en plein publiek” staat te werken. Ook vragen in de trant van: “doet u dit al lang?” “Is het uw beroep of is het hobby?”, ”verkoopt u ook wel eens wat?”, “kunt u ervan leven?” Al die moeilijke vragen kan ik inmiddels moeiteloos pareren. Je wordt er een stuk socialer van, zullen we maar zeggen. De meeste mensen vinden overigens dat ik het inmiddels best aardig kan dat buiten schilderen en dat ik er vooral mee door moet gaan. Een enkeling kwam zelfs met het geweldige advies om het werk te exposeren. Nou bij deze.

 

Een jaartje of 5 / 6 geleden kwam opeens de drang om weer te gaan tekenen naar boven. Tekenen deed ik al veel eerder dan schilderen. Ik heb tekenen altijd erg leuk gevonden, het is de basis van alles ,maar op de één of andere manier heb ik het ergens laten liggen, het kwam er doodeenvoudig niet meer van. Dat die drang opeens zomaar weer naar boven kwam is in dit geval een understatement, want bij mij gebeuren er maar weinig dingen zomaar opeens. Het had een reden. Of eigenlijk twee; Eva en Jessica. Twee pracht meiden, die dan weer wel zomaar opeens mijn leven binnen kwamen denderen. Of zou dit wellicht een gevalletje zijn geweest van de uitdrukking: ”if things are meant to be, they will be”. Wat zoveel wil zeggen: “als dingen zijn voorbestemd te gebeuren, dan gebeurt het ook”.

Eva kwam ik meer dan 10 jaar geleden voor het eerst tegen toen ze met haar schoonvader op één van m’n workshops verscheen. Bij binnenkomst viel ze me mede door haar prachtige dreads meteen op. Dat heb je soms, dat je vanuit je ooghoek iets waarneemt, waardoor je meteen helemaal bij de les bent. Ik ga nu niet vertellen hoe ze jaren later min of meer een vast model van me is geworden, maar wie nieuwsgierig is en wil weten hoe dat is gegaan, kan op mijn website onder columns: “Eva” en “Nefertiti” lezen. ’t Was best een mooie en bijzondere samenloop van omstandigheden, al zeg ik het zelf. Het eerste portretje dat ik van haar maakte dateert uit 2014. Het staat in de vensterbank boven in de kamer waar ook alle andere werken van haar hangen en het is voor alle duidelijkheid niet te koop. Soms moet je iets waar je goede herinneringen aan bewaard niet verkopen. Ga je namelijk altijd spijt van krijgen.

Dat geld ook voor het eerste tekeningetje dat ik van Jessica maakte. Ook die hou ik om dezelfde reden lekker zelf. Jessica, een roodharig meisje uit ons dorp, leerde ik min of meer toevallig kennen, waarbij het eerder genoemde: “als dingen zijn voorbestemd te gebeuren, gebeuren ze ook” een belangrijke rol speelde. Ook dat ga ik nu niet vertellen, want dat duurt allemaal veel te lang. Wederom voor de nieuwsgierigen onder ons te lezen op m’n website onder het kopje: “Rood haar” en “Hoe een fascinatie een gezicht kreeg”. Inmiddels is er bij haar al een tijdje geen sprake meer van rood haar en vond ze het een geinig idee om het blauw paars te verven. Gelukkig heb ik de rode foto’s nog. Toch krijg ik zo langzamerhand steeds meer de neiging om ook met dat blauw paarse haar iets te gaan doen. Tenslotte blijft Jessica Jessica en daar doet de kleur van haar haar niets aan af.

 

Wat heeft dit nou allemaal met dat tekenen van doen hoor ik u denken? Wel, toen ik had besloten om deze tentoonstelling geheel te wijden aan mijn muzen konden de vele tekeningen die ik gemaakt heb als aanloopje voor de schilderijen niet ontbreken. Uit ervaring weet ik dat het tekenen erg kan helpen bij de uiteindelijke verwezenlijking van het schilderij. Je krijgt meer grip op je onderwerp naarmate je het vaker tekent. Dus vandaar. Ik teken weer; zoveel als ik maar kan, en hopelijk tot ik erbij neer val.

En toen was daar opeens eind september 2016, Clementina. “Out of the blue” stond zij niet bij mij op de stoep, maar ik bij haar en in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden hebben we hier niet te maken met nog een exponent van het vrouwelijk schoon, maar met een huis. Een villa wel te verstaan. Vernoemd naar de moeder van collega Annemarie de Groot. Annemarie kocht het ooit van een ervenisje. Het is gelegen in de Bourgogne, even buiten het plaatsje Le Grand Moloy. Met de auto zijn de bijna 900 km vanaf Kiel-windeweer krap aan in één dag te doen.

 

In eerste instantie was ik helemaal niet zo enthousiast over de door Annemarie en Ronald georganiseerde schilderweek. Veel te ver weg en in Frankrijk notabene. Ik had niks met Frankrijk. En met de Fransen en de Franse taal al helemaal niet. Toch heb ik me uiteindelijk domweg laten overhalen. Achteraf had ik er ongelooflijk veel spijt van gekregen als ik niet was gegaan, want het was fantastisch. Toen we de poort van de villa inreden werd ik opslag verliefd. Op de plek, maar vooral op het huis. ‘k Zag bij Andrew Wyeth natuurlijk al dat dat kon; een geheel oeuvre wijden aan een huis en z’n nabije omgeving, maar ik vond het een vreemde gewaarwording dat ik dat gevoel bij dit huis ook had. ‘k Realiseerde me ook meteen dat één week veel te kort zou zijn om het allemaal vast te leggen. Er werden in die week verscheidene uitstapjes georganiseerd; naar de wijnvelden, een rommelmarkt, een leuk stadje, maar het kon me allemaal gestolen worden en ik ben ook verder niet van het terrein af geweest. En dan heb ik het nog niet eens over m’n super toffe collega’s gehad. Zelden zo’n goede sfeer onder kunstenaars meegemaakt. “Hoe leuk kun je het hebben met elkaar” was een gevleugelde uitspraak van Brunet Riegstra, die het hele gebeuren wel zo’n beetje in een notendop samenvat. De neerslag van die week hangt op dit moment voor een klein deel (3 stuks) in de tentoonstellingsruimte van het Drents Schilders Genootschap in warenhuis Van Der Veen in Assen. Het is nog te zien tot 4 november. De rest; welgeteld 7 werken hangen hier, een beetje verspreid over de ruimtes.

De overige werken zijn geïnspireerd op twee films. “The girl with the pearl earring” met Scarlett Johansson en “Nothing personal” met Lotte Verbeek. Grappig detail: Pascalle is tot nog toe de enige die de film in de schilderijen herkende. Maar ‘t is verder niet van belang.

En dan zijn er ook nog de hunebedden nabij Emmen die al sinds mijn vroege jeugd een constante bron van inspiratie zijn. Oh ja, en twee portretjes van Jazzlegenden. De beste jazz zangeres aller tijden: Billie Holiday en de lyrische trompettist: Chet Baker.

 

Mocht u nu het gevoel hebben dat ik iets vergeten ben of dat u nog een brandende vraag heeft. Zeg het of vraag het. Dat mag nu, maar ook straks bij een hapje en een drankje.

 

Tot slot: Ik heb vaak gezegd: “Schilderen doe je vooral voor jezelf”. Ik beschouw deze tekeningen en schilderijen tot het meest persoonlijke werk dat ik tot nog toe heb gemaakt. Geniet ervan.

 

Ik bedank mijn mede exposant voor het feit dat ik naast haar werk mag hangen. En Pascalle en Philip die ons in de gelegenheid hebben gesteld om onze werken bij hun in de galerie te mogen tonen. Ook vind ik het super leuk dat twee van mijn muzen; Eva en Jessica aanwezig zijn. Vraag ze het hemd van hun lijf zou ik zeggen; vinden ze leuk. Scarlett laat zich verontschuldigen, had het heel erg druk met film gedoetje dingetjes, evenals Lotte; het zij ze vergeven.

En daarbij verklaar ik nu de tentoonstelling officieel voor geopend.