Houtstek (18 december 2015)

René Jansen - Beeldend Kunstenaar

Houtstek – 18 december 2015

 

Jaren geleden werkte Harma in ons dorp op het biologisch dynamisch zaadteeltbedrijf “de Bolster”; om precies te zijn van 2001 tot 2005. De eigenaar ging toen met pensioen en heeft het bedrijf verkocht. Helaas is het verhuisd naar Epe en hield het in Kiel-windeweer op te bestaan. Jammer, want ze vond het mooi werk met prettige collega’s, die prima met elkaar door één deur konden. Eén van die collega’s was Maritha, die toen nog moest bevallen van dochtertje Jessica, die bijna 13 jaar later zou uitgroeien tot “mijn” meisje met het rode haar.

Naar aanleiding van een grote groepstentoonstelling bij Museum Møhlmann, waar ik een aantal portretten van Jessica had hangen, kwamen we weer met elkaar in contact. Na een scheiding zijn ze verhuisd naar een Rijks Monumentale boerderij een dorp verderop. Daar is Maritha een eigen kleinschalig bedrijfje begonnen, waar ze biologische groente en fruit teelt en verkoopt. Hoewel ze vertelde dat ze niets met kunst heeft (hoeft ook helemaal niet), was ze toch dusdanig getriggerd dat ze met haar huidige partner m’n solotentoonstelling afgelopen zomer bij galerie Wildevuur bezocht. Ik had daar naast m’n stillevens, portretten en landschappen ook een paar werken hangen die waren geïnspireerd op wat ik in ons dorp aan schilderachtigs tegen kwam; o.a. een interieur van een oude boerderijschuur, een veld met pompoenen, gestapelde stenen van een afgebroken stookhok en een houtstek. Doelend op die werken vroeg ze me via de mail of ik wellicht nog nieuwe onderwerpen zocht om te schilderen. Misschien was er in en om hun boerderij wel iets waar ik wat mee kon; of ik het leuk vond om een keertje te komen kijken. Nou zijn er in Kiel nog genoeg oude boerderijen waarvan ik het vermoeden heb dat er qua onderwerp wel iets te halen valt, maar ik durf dat eigenlijk nooit zomaar te vragen. Want hoe vraag je zoiets? “Mag ik wel even bij u binnen kijken? Ik heb het vermoeden dat u er een aantrekkelijke bende van hebt, waar ik artistiekerig gezien wel wat mee kan”. ‘k Stel me zo voor dat men daar niet om staat te springen. Maar als iets op m’n pad komt en als het me zo op de man af gevraagd wordt, zeg ik natuurlijk niet nee.

Ik reed er op een zondagmiddag heen, maar het weer zat niet mee. Het sputterde een beetje; druilerig weer in de volksmond. Veel grijstinten, voor de schilders onder ons. Door de bewolking had de zon nauwelijks invloed op het gebeuren. Het mocht de pret niet drukken, want ik zag het ene mooie onderwerp na het andere. Ik snapte ook meteen waarom Maritha dacht dat ik er iets mee kon. Ze mocht dan niets met kunst hebben; blind was ze natuurlijk niet. Ze had meteen in de gaten dat hun leefomgeving me zou inspireren. ‘k Realiseerde me ook dat ik me op glad ijs zou begeven als ik hiermee aan de slag zou gaan.

Bevriende collega Ronald Soeliman zei onlangs iets waarvan ik dacht; die moet ik onthouden: “waar je mee omgaat, daar wordt je mee besmet”. Op het eerste gezicht een grappige, maar ook wel boute uitspraak; maar in deze context, zit daar wel wat in. Ik doel hiermee op m’n grote bewondering voor de schilder Andrew Wyeth. Niet dat ik er mee omging natuurlijk; was het maar waar, maar ik heb z’n werk in de loop der jaren goed bestudeerd. Dat werk heb ik op een portretje na overigens nog nooit in het echt gezien. Dus ik ken het alleen van plaatjes uit boeken, maar dat zijn er inmiddels wel 14! (boeken, wel te verstaan) Als je iets al zo lang en zo vaak onder ogen hebt gehad, wordt je er bewust of onbewust door beïnvloed. Natuurlijk, zien zijn Amerikaanse boerderijen aan de oostkust van de V.S. er heel anders uit, (eigenlijk zijn het er maar twee, die van de Keurners en die van Olson) dan de boerderijen van Oost-Groningen. En als je je bij alles gaat afvragen: is dat al niet eens gedaan, kun je helemaal niks meer schilderen. Het gaat er uiteindelijk niet om wat je schildert, maar hoe je dat doet. ‘k Ben me in deze bewust van de eventuele valkuilen en dat is al heel wat. Verder verbeeld ik me heus niet dat ik op wat voor manier dan ook maar bij Wyeth in de buurt kom en dat vind ik ook een hele geruststelling. ’t Haalt de druk er op de één of andere manier wel van af.

Het leek me leuk om met een houtstek te beginnen. Bij Maritha op het erf staan er maar liefst drie. Zo’n Rijks monument is prachtig, maar je stookt je in de winter natuurlijk wel helemaal de tyfus. Nou heb ik in het verleden al eens meer een houtstek geschilderd en ook vaak getekend. Je zou binnen m’n werk al best van een thema kunnen spreken. Het leuke is dat ze, doordat ze door mensenhanden zijn gemaakt, allemaal verschillend zijn. Wat dat betreft zijn het net portretten; of in ieder geval een mooie afspiegeling van de maker. Ik vind ze doorgaans prachtig en die van Maritha zijn daarop geen uitzondering. Niet te netjes, maar ook niet slordig. Gewoon zoals zoiets ontstaat zonder een vooropgezet plan, maar dat je wel weet waar je mee bezig bent. Een beetje aanrommelen maar met je verstand erbij, zeg maar. Eigenlijk zoals ik ze het liefst zie. Het materiaal van zo’n dekzeil contrasteert dan weer mooi met al dat hout. Ik ben begonnen met de tekening, maar had al vrij snel de aquarel ernaast. ‘k Vind het prettig om dan een beetje gelijk op te werken. Die afwisseling van materiaal houd je in deze wel scherp. Uiteindelijk zat er nog best een lange tijd tussen het opstarten van de beide werken en het moment dat ik ze als af verklaarde. Een mens heeft soms nog meer te doen, dan het schilderen van een houtstek.

Van Maritha hoef ik de volgende keer, als ik bij hun wil werken, niet om toestemming te vragen. “Kom maar gewoon wanneer je wilt, ook als er niemand thuis is; maakt niet uit”. Zelfs dit lijkt erg veel op de omstandigheden waarbij Wyeth werkte; die mocht ook ongevraagd overal komen en tekenen en schilderen wat ie wou. Da’s erg aardig en bedankt voor het vertrouwen, maar dat durf ik natuurlijk niet. Ik bel eerst wel even. Voor je het weet staat er een één of andere buurman voor je neus met de vraag wat ik daar te zoeken heb. Het blijven kleine gemeenschappen, waar de sociale controle nog steeds als vanouds is. Is er in ieder geval iets in deze wereld wat niet aan verandering onderhevig is.