Geen gewone dennenappel (1 november 2017)

René Jansen - Beeldend Kunstenaar

Geen gewone dennenappel.

 

In mijn atelier hangen meerdere kastjes. De meeste hebben geen deurtjes en zijn vooral bedoeld om er stillevens in te zetten die ik vervolgens schilder. Het kleinste kistje dat er hangt kreeg ik vorig jaar voor m’n zestigste verjaardag van bevriende collega Klaas Werumeus Buning.

Op het eerste gezicht niks bijzonders. Een gewoon kistje met daarin een dennenappel en een takje met wat gedroogde zwarte besjes. Bij nader onderzoek blijkt die dennenappel helemaal niet van een den afkomstig te zijn, maar van een spar. Die kennis heb ik natuurlijk zelf niet paraat, maar ‘k heb het voor de zekerheid even gegoogeld, want voor mijn gevoel zijn dennenappels wat ronder en deze is gewoon wel lang te noemen. Maar ook die constatering maakt het nog niet bijzonder, want kegels van sparren kun je ook in Nederland vinden. Toch hangt dat kistje daar niet voor niets een beetje prominent belangrijk te wezen.

 

In het voorjaar van 2016 ging Klaas met z’n vriendin op vakantie naar de USA. Eerst met het vliegtuig naar New York en vandaaruit zouden ze met een huurauto een beetje rondtrekken. Ze wilden in ieder geval naar het MoMa Museum waar het beroemdste werk van Andrew Wyeth: “Christina’s World” hangt. Het is in 1949 door het Museum voor $1800,- aangekocht. Dat was toen een heel bedrag. Nu is het werk miljoenen waard. ‘k Hoorde kort geleden in een discussie dat dit iconische werk zo’n beetje naast de toiletten van het museum hangt. Bepaald geen ereplek.

 

Hoe dan ook, we zijn beide fan en hebben het er als we elkaar spreken regelmatig over. Opvallend in deze is dat veel schilders, met name uit het noorden van het land juist deze kunstenaar zo op handen dragen. Binnenkort kunnen we allemaal ons hart ophalen, want als onderdeel van de tentoonstelling: “The American Dream” mag hij niet ontbreken lijkt me. Ik was in eerste instantie wel verbaasd dat zijn naam in de vooraankondiging helemaal niet werd genoemd. Naast Hopper wel Lichtenstein en Warhol. Maar dat zijn toch van die popart jongens? Ja, ik snap dat wel, met Warhol haal je een naam in huis die iedereen kent, dat kun je van Wyeth niet zeggen. Ben erg benieuwd hoeveel ze van hem op de kop hebben weten te tikken. Zou zo maar eens tegen kunnen vallen en dat de nadruk weer op de grote namen komt te liggen.

 

In de voorbereiding van z’n reis vroeg Klaas zich af of dat MoMa museum nog meer werken van Wyeth in z’n bezit had. Voor zover ik weet niet. Andere musea dan? Ik vertelde hem dat als je toch van plan bent om wat rond te trekken, dat je dan eigenlijk naar Wyet’s geboortegrond moet; naar Chadds Ford. Is ongeveer 2.30 uur rijden vanaf New York. Het daar gelegen Brandywine River Museum heeft een grote collectie. Er hangt niet alleen werk van Andrew, maar ook van z’n vader N.C. Wyeth en van zoon Jamie. En met de zekerheid dat alles ook op zaal hangt want dat is bij veel musea altijd nog maar de vraag. De collecties van de grote musea zijn vaak zo omvangrijk dat het onmogelijk is om alles permanent te tonen. Hij was blij met de tip en ze zouden wel zien of ze er de tijd voor hadden.

 

Niet lang daarna stuurde Klaas me een aantal foto’s van hun America trip, waaronder een paar van het Brandywine museum en van het atelier van Wyeth. Het zag er allemaal erg indrukwekkend en inspirerend uit. Hem even de hand schudden zat er niet in, want de beste man is al sinds 2009 niet meer onder ons. Om nog maar te zwijgen van een handtekening. Hij hield niet van pottenkijkers en had op z’n atelierdeur een bordje bevestigd met de tekst: “I am working, so please do not disturb. I do not sign autographs”. Dat atelier ziet er overigens nog precies zo uit, als toen de schilder er werkte, inclusief tekeningen en waterverfstudies op de grond en aan de muur. De ezel en z’n schildermaterialen staan en liggen erbij alsof de schilder net de deur uit is gelopen om even een ommetje met de hond te maken.

Superleuk om dat van zo dichtbij te zien en mee te maken. Zo tastbaar ook, dat de verleiding wel erg groot wordt om daar iets van mee te nemen naar huis. Natuurlijk niet wat uit het atelier pikken, maar iets anders uit de omgeving bijvoorbeeld. En dat is precies wat ik kreeg; een kegel van een spar, gevonden vlak voor de deur van het atelier van Andrew Wyeth. Hoe leuk is dat! Het takje en de bessen lagen er niet ver vanaf.

 

Kijk, op zo’n manier wordt iets doodgewoons, iets heel bijzonders. Dat je je dat steeds realiseert als je ernaar kijkt, is dan toch ook gewoon fantastisch.