57. Dat werkje ga je dus niet verkopen (27 augustus 2018)

René Jansen - Beeldend Kunstenaar

“Dat werkje ga je dus niet verkopen”

 

Gisteren was het dus wel een echte prutdag op Vlieland. Grijs, grauw, regenachtig en nog koud ook. Dus eindelijk de lange broek aan en sokken met dichte schoenen. Ook de trui maar uit de kast getrokken, we zijn nou toch bezig. Sjaal om; je hoort mij niet klagen.

‘k Heb eerst een poosje op de computer gezeten en een paar YouTube filmpjes bekeken. Tussendoor nog wat gefacebookt en m’n e-mail gecheckt. Maar na verloop van tijd zat ik me domweg te vervelen. Nog even geprobeerd om wat te lezen, maar ‘k kon m’n kop er helemaal niet bijhouden. Je kent dat wel; je leest een bladzijde en net als je hem wilt omslaan, vraag je je af wat je nou eigenlijk hebt gelezen.

 

Dan maar een beetje bladeren door m’n fotobestanden. Met name die van Vlieland; we zijn daar nou toch. ‘k Kom op dit eiland al zo lang en zo vaak dat ik me er gaandeweg over verbaasde dat sommige foto’s al niet meer correspondeerden met hoe het er nu uitziet. ’t Is of veranderd of gewoon helemaal verdwenen. In veel gevallen is me ook niet geheel duidelijk waarom. Afgezien van vernieuwing of renovatie gaat het veelal om kleine ingrepen in het landschap. Een mooi oud verweerd hekje aan de rand van het wad, is niet meer. Dat het uiteindelijk onder invloed van de getijden en het zoute water de strijd heeft verloren, kan ik nog begrijpen. ‘k Heb er één van m’n mooiste landschappelijke werken van gemaakt, al zeg ik het zelf. Heb het “blauw touw” genoemd, omdat er een aangespoeld stuk nylontouw in vast was komen te zitten en de blauwe kleur ervan zo mooi contrasteert met de overwegende grijstinten in het schilderij.

 

Maar ook de prachtig uit hout gesneden beelden bij de Oude Kooi zijn verdwenen. ‘k Kan me niet voorstellen dat dat is omdat het voor een deel om een zogenaamd piratengraf gaat, compleet met een uit hout gesneden doodshoofd. Het maakte de plek bijzonder, maar vooral ook spannend; zeker voor kinderen. En dan heb ik het nog niet eens over de lange houten staken die voor het huis fier omhoog staken en nog het meest deden denken aan walviskaken. Ook weg; doodzonde. ’t Is al met al nu weer gewoon een huisje zonder kraak nog smaak. Bepaald niet iets waar je het na de vakantie op school nog eens uitgebreid met je vriendjes over hebt.

 

En als we het dan toch over doodshoofden hebben; ik kwam een tekeningetje tegen die ik een paar jaar geleden heb gemaakt achter het huis van de beheerderswoning van natuurkampeerterrein “Lange Paal”. Inmiddels zijn de bewoners verhuisd naar elders op het eiland, maar ‘k was er toen net op tijd bij om de juttersvondsten van Dirk vast te leggen. ‘k Hoef niet eens te gaan kijken hoe het er nu uitziet, want ‘k ben er zeker van dat dat het niet haalt bij wat ik daar toen aantrof. Een beetje een lugubere wereld was het wel, met veel spullen van gezonken schepen; restanten van menselijk falen of gewoon de overmacht van de zee. Want dat is waar je als je goed kijkt op een eiland ook mee wordt geconfronteerd: de zee geeft en de zee neemt. Overal lagen schedels; uiteraard van de vele vogels die er op het eiland vertoeven, maar ook van zoogdieren uit de zee. Ik postte al eens een tekening van dezelfde plek onder de titel: “the bone collector”, waarop o.a. twee skeletten van dolfijnen waren te zien.

 

Op deze tekening zien we een gedeelte van een tafeltje dat buiten stond en dat zowat door z’n hoeven zakte van lamlendigheid. De voorwerpen zo leek het, waren er louter uit willekeur op terecht gekomen. Dirk hanteert geen compositorische wetmatigheden zoveel was me wel duidelijk. Toch heeft zo’n uitstalling van pure vergankelijkheid ook een enorme aantrekkingskracht op mij. De schoonheid van het verval kun je overal aantreffen, maar hier was ie haast voelbaar. Centraal op de tekening afgebeeld; een schedel van een zeehond. En daaromheen van alles waarvan je op het botervlootje na, maar moeilijk kunt definiëren wat het nou precies is waarnaar je zit te kijken.

Het grappige van dit soort onderwerpen is dat je er als tekenaar/schilder ontzettend veel plezier aan kunt beleven ,maar dat de mensen het absoluut niet aan de muur willen hebben.

 

‘k Moet opeens denken aan een opening van een tentoonstelling bij het toenmalige Museum van Lien te Fijnaart. Het is al heel wat jaren geleden maar het is me altijd bijgebleven. Er hingen van mij toen verscheidene stillevens, maar op één ervan was naast een paar andere spullen die erg Vlieland gerelateerd waren, een konijnenschedeltje te zien. Collega en mede exposant Albert Greving is nooit erg spraakzaam, maar hij kwam toen resoluut op me af en sprak de inmiddels legendarische woorden: “dat werkje ga je dus niet verkopen”. Enigszins verbaasd vroeg ik: “waarom niet?” “Vanwege dat konijnenschedeltje; daar houden mensen niet van. Het herinnerd ze aan de dood”. Ik dacht meteen wel: als Albert het zegt zal het wel zo zijn; hij spreekt uit ervaring, want hij schildert zelf al jaren schedeltjes en schelpjes en die zullen dan ook wel niet van de muur vliegen. ‘k Heb toen bij van Lien uiteindelijk best leuk verkocht, maar het schilderijtje met het schedeltje dus niet. ‘k Had het kunnen weten.