55. Wanneer iets af is (5 juli 2018)

René Jansen - Beeldend Kunstenaar

Wanneer is iets af.

 

Altijd moeilijk, de vraag; wanneer is iets af. Het maakt niet uit of je nog maar net schildert of dat je er al je hele leven mee bezig bent. Het moment waarop je besluit te stoppen, blijft een moeilijke en ook niet altijd onherroepelijk. Je kunt namelijk ook weer op je besluit terug komen. Zo kan iets al maanden af zijn, maar dan opeens bij een hernieuwde blik niet en zit je er tegen beter weten in weer in te rommelen.

 

Dit soort escapades zijn niet ongevaarlijk, want voordat je het weet ben je het ding aan het verprutsen. Soms is dat niet het geval, maar doet zich wel de vraag voor of het er allemaal beter op is geworden; of je alleen maar iets hebt toegevoegd dat weliswaar niet verkeert is, maar is het er ook beter van geworden?

 

Zo kwam ik een fotootje tegen van een studie van Villa Cementina in Frankrijk. Ik heb het schilderijtje daar ter plekke geschilderd en ben op een gegeven moment gestopt. Het was niet af, maar wat er stond beviel me wel. ‘k Kon er later altijd nog wel op door was m’n redenatie. Vooral als je buiten schildert, is het makkelijker om te stoppen. Ik maak dan liever nog een tweede studie dan dat ik op iets doorga, waar ik thuis in m’n atelier ook op verder kan. Is overigens ook de reden waarom ik buiten het liefst niet al te groot werk; moet je namelijk allemaal weer vol schilderen. Bovendien kan ik op een klein formaat prima uit de voeten. Breed schilderen hoeft niet te betekenen dat het ook groot moet. ’t Is eerder een visie dan dat het iets met de maat van doen heeft.

 

Een paar maand later toen er een selectie voor de tentoonstelling: “Het Bourgondische Leven” moest worden gemaakt kwam ik de studie weer tegen. Ik was nog steeds tevreden, maar vond het toch nodig om met name in de voorgrond het nog iets verder uit te werken. ‘k Had niet het gevoel dat ik het ding aan het verknoeien was en dat is achteraf ook niet het geval, maar toch bij het zien van dat fotootje die ik in Frankrijk maakte, bekroop me het gevoel dat ik er enkel iets heb bijgeschilderd, maar dat het niet iets wezenlijks toevoegt aan dat wat er al stond. ‘k Krijg ook vaak in een heel vroeg stadium al te horen: “prachtig, niets meer aan doen”. Is overigens iets wat me m’n hele leven al achtervolgd; de vlotte opzet versus de meer doorwerkte uitvoering. Ik troost me vaak met de gedachte dat ik er iets anders voor in de plaats krijg. Meer verdieping zou mooi zijn, maar ‘t lukt lang niet altijd.

 

Misschien moet ik net als Andrew Wyeth m’n werk niet tussendoor aan anderen laten zien. Hij raakte van tussentijds commentaar altijd van slag en liet het dan dagenlang onberoerd. Uiteindelijk liet ie pas iets zien als hij er zelf tevreden over was en het af verklaarde. Je kon er dan van vinden wat je wou, maar hij was er wel klaar mee en kwam daar ook niet meer op terug.

Ik vind zelf dat ik redelijk goed tegen commentaar kan; zeker als die goed bedoeld is en ik er m’n voordeel mee kan doen. ‘k Ben niet zo snel uit het lood geslagen, al blijft de opmerking: “ik vond hem gisteren beter” killing.

 

Aanstaande zaterdag ben ik samen met 30 collega’s in het kader van het “Summer Art Event” aan het werk rondom het prachtige Balloo. Het beloofd fantastisch weer te worden, dus wellicht een mooie gelegenheid om ons aan het werk te zien. ‘k Ga proberen er iets moois van te maken. Helemaal zeker van je zaak ben je in dit vak namelijk nooit.