52. Hoe een fascinatie een gezicht kreeg 2 (21 januari 2018)

René Jansen - Beeldend Kunstenaar

Hoe een fascinatie een gezicht kreeg. (deel 2)

 

Een tijdje geleden werd ik gebeld door Pascal Verhees van Galerie Wildevuur; ze had een mailtje gekregen van ene Tjitske van Dijk, over het “modelleren voor de heer Jansen”. Ik was enigszins verbaasd want bij mijn weten ken ik geen Tjitske van Dijk. Ze had het wel schattig geformuleerd overigens. ’t Gaat via Ronald Soeliman schrijft ze erbij. Oh jee, dacht ik, Ronald in de bocht; heeft weer iets met rood haar gezien dat geschikt voor mij zou kunnen zijn. ‘k Heb hem al meerdere keren gezegd dat ik niet echt op zoek ben naar een nieuw model, omdat ik op Jessica nog lang niet uitgekeken ben. Ook duidelijk gemaakt dat alles met rood haar niet per definitie bruikbaar is. Dat ik daarin best wel kieskeurig ben en dat het er wel degelijk om gaat wie er aan dat rode haar vast zit. Pascalle zou het mailtje aan mij doorsturen; moest ik het verder maar met die Tjitske regelen.

 

Ronald bedoeld het natuurlijk allemaal goed, maar ik had hier eerlijk gezegd helemaal geen trek in en zat er behoorlijk mee in m’n maag. Stel dat ik erop in ga en het is helemaal niet wat ik zoek, wat zeg ik dan tegen dat arme kind? Dat ze niet mooi is of dat ze niet past in dat wat ik zoek, dat ik me er iets anders bij had voorgesteld? Dat kan toch helemaal niet.

Ik realiseerde me dat ik hoe dan ook iets van me zou moeten laten horen en had al bedacht dat ik haar terug zou mailen; dat het allemaal goed bedoeld was van m’n collega, maar dat ik op dit moment met iets anders bezig ben, of zoiets.

 

Eerst Ronald maar eens bellen; eens kijken wat ie zich erbij voorgesteld had. “Met Ronald”, “ja met René; wat heb je nou gedaan? ‘k Krijg via Pacalle een mailtje van ene Tjitske van Dijk over het modelleren bij de heer Jansen”. “Ja, nee, René, ik weet het, je zoekt niks, maar dit moet je zien, ’t is precies waar jij op valt, ik weet het zeker”. “Ja dat zal” zei ik, “maar wat als het nou niet zo is?” “Nee echt, je moet haar zien”. Ik vroeg hem waar ie haar van kent. ‘k Dacht dat het om een vriendinnetje van één van z’n dochters zou gaan. “Nee, ik was van de week even in de DA drogist van Zuidlaren en daar stond ze achter de kassa. Ik moest meteen aan jou denken en toen heb ik haar gevraagd of ze dat eventueel wel zou willen; model staan, zeg maar”.

Ach jee, ’t is toch niet te geloven, vraagt ie zomaar een willekeurig roodharig meisje achter een willekeurige kassa of ze voor een willekeurige collega van hem model wil staan. En dat alleen omdat de gek op rood haar valt. Wat moest ze wel niet denken. “Hoe oud is ze ?”, vroeg ik. “Heb ik niet gevraagd, maar ik schat in dat ze 16 of 17 is; misschien wel 18. Ik weet het niet”.

 

Inmiddels was ik door het enthousiasme van Ronald natuurlijk al wel zover dat ik steeds nieuwsgieriger werd naar die Tjitske en Zuidlaren is natuurlijk niet de andere kant van de wereld. Ik besloot haar een mailtje te sturen en te vragen op welke dagen ze werkt. Ik zou dan ergens op die dag de winkel binnenlopen om haar te zien en even kennis te maken. Een beetje ongemakkelijk voelde het allemaal wel. ’t Was natuurlijk ook iets wat ik zelf nooit zou hebben gedurfd; zomaar iemand aanspreken om model voor me te staan, maar Ronald doet dat gewoon onder het mom van: nee heb je, ja kun je krijgen. Ze mailde terug dat ze het een prima plan vond en zei dat ze alleen op de zaterdag in de winkel stond. Nu maar even flink door pakken, dacht ik en het niet op z’n beloop laten.

 

Dus de eerst volgende zaterdag stapte ik de DA drogist van Zuidlaren binnen. Het was helemaal niet druk. Ik zag achterin de zaak één klant in gesprek met een verkoopster en een vrouw van middelbare leeftijd achter de kassa, maar niets met rood haar; vreemd. Maar eens vragen: “werkt Tjitske vandaag niet?” “oh jawel, maar ze heeft op dit moment theepauze, moet ik haar even roepen?” “Ja, doe maar” zei ik. Even later stond ze voor me; ik zag meteen dat ze bijzonder was. Dat het enthousiasme van Ronald niet zomaar uit de lucht was komen vallen en dat ie het bij het rechte eind had. Ze had haar haar strak naar achteren gekamd en opgestoken in een soort van knotje, maar er was genoeg van te zien om te constateren dat het knetter rood was. “Dag, ik ben Tjitske”. “Eh… ja,…..en ik ben René”, zei ik enigszins verbouwereerd. Wat volgde was een nogal hakkelend gesprek mijnerzijds, maar omdat Tjitske erg aardig en begripvol was verdween het toch wel ongemakkelijke gevoel geleidelijk aan.

 

Ik verontschuldigde me voor de nogal vreemde manier waarop dit contact tot stand was gekomen, maar zij vond het geloof ik wel grappig. “Waar woon je” vroeg ik en: “heb je een auto?” “Een auto? Ik ben nog maar 15 hoor”. Oeps, de eerste blunder was gelanceerd. Tja, knap lastig dus het inschatten van de leeftijd als ze zo jong zijn. Ik lulde er maar snel overheen en zei dat ze gezien de leeftijd haar ouders om toestemming moest vragen. Ja duh; dat had ze natuurlijk al gedaan, want anders had ze het mailtje niet verstuurd. ’t Voelde niet echt als blunder no. 2, maar ’t werd me wel duidelijk dat ik met een bijdehandje van doen had, maar dan wel eentje van het leuke soort. Ze woonde in Schipborg en we spraken af dat ik haar dan de eerst volgende donderdag zou ophalen. Ze was dan eerder vrij van school en zou zo tegen 15.00 uur wel thuis zijn. Er was één voorwaarde; of zus Renske wel mee mocht als chaperonne. Maar natuurlijk mag dat; vader of moeder had ook gekund, of beide. Ja ik snap dat wel, ik zou mijn 15 jarige dochter ook niet aan een willekeurige vreemde kunstschilder meegeven.

 

Op google maps even gezocht waar het nou precies was en ook meteen maar via streetview de straat en het huis bekeken. Gek idee dat je overal ter wereld maar zo rond kan rijden op je computer. Achteraf maar goed ook dat ik me een beetje had georiënteerd, want de nieuwbouw van Schipborg bestaat uit veel korte straten met doodlopende zijstraatjes, met als gevolg dat de juffrouw van m’n TomTom helemaal van de kook raakte. Tot drie keer toe zei ze dat ik m’n bestemming had bereikt, terwijl dat van geen kant klopte. Aan haar stem kon je dat overigens niet merken, want ze reutelde gewoon door; “neem de eerste straat rechts”, of links, al naar gelang het haar in de kop schoot. Ik denk dat ik de gehele nieuwbouw van Schipborg wel zo’n beetje heb gezien; bij het laatste huis moest ik zijn.

 

Er stonden drie auto’s voor de deur en een zootje fietsen. Hm, zeker een groot gezin. Tjitske stond al buiten, samen met Renske. Ik wist niet wat ik zag. Het haar dat bij de DA drogist nog was opgestoken golfde nu weelderig over haar schouders. Het was nog langer en voller dan ik zou kunnen bedenken en van het allermooiste rood dat ik ooit had gezien. Ook haar gezicht leek nu nog mooier als onder de TL verlichting bij de drogist. Ik had haar gevraagd iets aan te trekken wat ze zelf leuk vind, maar dat ik wel erg van sjaaltjes en dergelijke hield. Meteen werd duidelijk dat ze ook een goede smaak heeft, want een prachtige sjaal in zacht groen en bruin die schitterend bij haar haar kleurde maakte het plaatje compleet. Niks meer aan doen dacht ik. ‘k Had haar voor de zekerheid ook nog gevraagd de kleurdoos dicht te laten. Als je zo mooi bent hoef je je niet nog eens op te maken. Meestal lijken die meiden er alleen maar ouder door en Tjitske heeft dat allemaal niet nodig; die is mooi van zichzelf.

Ik vroeg of ik vader of moeder even kon spreken. “M’n moeder is vandaag jarig” zei ze; “er is visite”. Ach natuurlijk, vandaar die auto’s en die fietsen. Toch maar even kennismaken met moeders, voor we vertrekken dacht ik. Leek me wel zo netjes; al was het alleen maar om haar enigszins gerust te stellen. ‘k Kreeg na een kort gesprek, wel de indruk dat het oké was, dus op naar Kiel. Gezien het jaargetijde; vroeg donker, leek het me handig om eerst even wat foto’s buiten te maken. Er was nog voldoende licht, om het één en ander te realiseren. Eerst maar eens kijken hoe ze op de camera reageert. ‘k Doe in het begin nooit te ingewikkeld en had haar gezegd waar ze moest staan en dat ze ontspannen voor zich uit moest kijken. Vanaf de eerste foto was het prachtig. Achter in de tuin met uitzicht over de akkers van Kiel- windeweer nog een aantal foto’s gemaakt en in het atelier met een extra lamp erop om het contrast wat groter te maken.

Terug kijkend is er nagenoeg geen enkele foto mislukt en als dat wel zo was, b.v. onscherp, lag dat aan mij en niet aan Tjitske. Daarna nog even met Harma thee gedronken en toen de beide meiden weer terug gebracht naar Schipborg. Inmiddels was de visite naar huis en vader thuis. Of ik nog zin had in een stuk taart en iets te drinken. Lekker. Met een colaatje erbij een beetje over het kunstenaarschap verteld; dat de crisis er behoorlijk heeft ingehakt en dat je als kunstenaar er bijna altijd iets moet bij schnabbelen in de vorm van workshops of iets dergelijks, maar dat het verder wel het mooiste vak is dat er bestaat. Kortom; buitengewoon aardige mensen die erg geïnteresseerd waren en dat leverde een prettig gesprek op.

 

Toen ik weer thuis was en ik Harma vroeg wat ze van Tjitske vond, zei ze: “is ze niet te mooi René?” Dat klinkt een beetje raar, maar ik snap wel wat ze bedoelt. Schoonheid kan je namelijk ook in de weg zitten. Dat het gegeven zo mooi is dat het een onmogelijke opgave lijkt om die eer aan te doen. Ik heb meerdere kunstenaars horen zeggen dat de natuur niet te overtreffen is en dat ze er wanhopig van werden. Gelukkig ben ik wat dat betreft een stuk nuchterder en ga ik er gewoon mee aan de slag en zie wel waar het schip strand. ‘k Laat me ook niet zo makkelijk uit het veld slaan, als het even tegen zit. Als de inspiratie er is kan ik me er helemaal in vast bijten en laat ik pas los als er iets bevredigends uit rolt. ‘k Begin zeker als het om portretten gaat, ook eerst met een tekening. In het geval van vrij werk en daar valt Tjitske natuurlijk onder, worden dat er al gauw meerdere. ‘k Had er in no-time een stuk of tien. De één wat beter of minder dan de andere; er zitten namelijk altijd kneusjes en uitschieters tussen. Daarnaast ben ik met 4 schilderijen van haar bezig. Vooralsnog gaat het tekenen beter dan het schilderen. Da’s niet zo verwonderlijk omdat je je niet met de kleur hoeft bezig te houden. De insteek is ook niet dat het koste wat kost een mooie tekening moet worden. Je moet het meer zien als vingeroefeningen. Iets waar je bij het schilderen profijt van hebt.

 

Ik ben in ieder geval super blij met deze nieuwe muze en hoop dat ze het nog een poosje leuk blijft vinden om af en toe model te staan. En dat ze nieuwsgierig blijft naar wat er uit komt rollen. ’t Is uiteindelijk toch iets wat je samen doet. En dan levert het ook nog eens een mooi verhaal op.