51. Drents Museum (2 januari 2018)

René Jansen - Beeldend Kunstenaar

Drents Museum.

 

Vandaag nog voor de tweede keer naar het Drents Museum geweest. Dit keer met Harma. En hoewel het best druk was konden we de tentoonstelling goed bekijken. Beetje geduld hebben en op je beurt wachten.

 

Bij sommige werken blijf je ook wat langer stil staan dan bij andere. En er zijn erbij waar je maar niet van loskomt; doorlopen lijkt dan opeens heel moeilijk. Dat komt niet omdat die per definitie beter zijn dan anderen, maar ze raken je gewoon meer. Neem nou zo'n Andrew Wyeth, die weet je zo mee te slepen in zijn wereld. Die wereld is op het eerste gezicht helemaal niet zo bijzonder, integendeel zou ik haast zeggen. Wat dat betreft hangen er op de tentoonstelling veel spectaculairdere onderwerpen; indrukwekkende stadsgezichten en spiegelende etalageruiten vol snoep, interieurs van eetcafés met veel glimmend chroom; waanzinnig allemaal en ook zeer de moeite waard. Maar waarom zou ik nou het liefst zo'n Andrew Wyeth mee naar huis willen nemen?

 

Ik heb daar vaak over nagedacht en ja, ik ben meer een buitenmens dan een stadsmens. Maar er zijn wel meer schilders die het landschap als onderwerp kiezen. Op de tentoonstelling zijn er ook een aantal van te bewonderen, maar er is er niet één die ik zo fascinerend vind als Wyeth. Het zit hem ook maar ten dele in het onderwerp zelf. Een onderwerp is niets meer dan een gegeven; het gaat erom wat je er als kunstenaar mee doet. Wyeth is een gevoelsmens en bij hem draait alles om de liefde voor z'n omgeving. Het kruipt onder z'n huid en het komt er via z'n handen weer uit. Wat je dan te zien krijgt is zijn visie op de werkelijkheid. Een werkelijkheid die wij niet kennen, want zou je afreizen naar Chadds Ford om het allemaal in het echt te gaan bekijken, dan zul je iets anders aantreffen dan wat we op zijn schilderijen zien.

 

Wat opvalt is dat ie zich bedient van een uitermate sober palet. Soms is er nauwelijks sprake van kleur en draait alles om toon, sfeer en atmosfeer. Een ander fascinerend aspect van z'n werk is zijn techniek. Veel van z'n schilderijen vallen onder de noemer aquarel, maar dat zijn ze maar ten dele. Alles kan worden ingezet om het beeld zo overtuigend mogelijk te maken. Er wordt b.v. veelvuldig gebruik gemaakt van dekwit. Wil hij het contrast tot het uiterste verhogen, dan schuwt ie niet om er O.I. inkt overheen te kieperen. Dat lijkt op een wanhoopsdaad en zo ziet het er ook een beetje uit op een aquarel, waar overigens ook een weergaloos mooi geschilderd boompje opstaat (zie foto).

 

En dan hangt er ook een klein schilderijtje in eitempera, voorstellende: een rieten mandje tegen een muur. Het eigenlijke onderwerp is natuurlijk het zonlicht dat door het mandje schijnt en een lange schaduw op de muur trekt. Ontroerend in z'n schoonheid. Een zelfde gevoel bekroop me als toen ik voor het eerst voor "het puttertje" van Fabritius stond, of "het meisje met de parel " van Vermeer. Ik kon wel janken, zo mooi.

 

Ook huilen van geluk? Sla dan deze tentoonstelling niet over en misschien moet u wel huilen bij andere werken, of helemaal niet en denkt u wat een onzin om niks. 't Kan allemaal in de kunst.

 

P.s: boekje van zoonlief is ook nog beschikbaar in de Museumwinkel.