Profiel

René Jansen - Beeldend Kunstenaar

Heel erg vreemd is dat natuurlijk niet, omdat mijn interesse inmiddels heel ergens anders lag.

Ik was weer begonnen met tekenen; iets wat ik al jaren niet meer had gedaan. En net als voor

de academietijd waren het vooral portretten waar ik mij op stortte; ik had immers de mooiste

modellen die ik me kon wensen. Maar het was vooral ook het ongelooflijke plezier dat ik eraan

beleefde; dat had ik in geen tijden meer gehad.

 

Al snel wilde ik het ook in verf en van het één kwam het ander. ‘k Kon opeens ook bij een modelschilderclubje in Groningen terecht. Iets wat ik al jaren had gewild, werd me nu opeens in de schoot geworpen. Daarnaast raakte ik ook steeds meer geïnteresseerd in het landschap als onderwerp. Ik deed heel incidenteel weleens iets landschappelijks, maar het mocht geen naam hebben. In eerste instantie werd ik door collega Ronald Soeliman op sleeptouw genomen om vooral ook “en plein air” te gaan werken. Iets wat ik tot dan toe nog nooit had gedaan. Eerst gewoon dicht bij huis, maar geleidelijk aan werd de actieradius steeds groter. ‘k Pakte zelfs de fascinatie voor de hunebedden uit m’n jeugd weer op en vond het fantastisch om die dingen weer te tekenen.

En alsof het allemaal niet op kan, werden we twee jaar geleden door collega Annemarie de Groot uitgenodigd om met een groep bevriende kunstenaars een week rondom haar tweede huis in Frankrijk te komen werken. ‘k Was in het begin behoorlijk sceptisch, maar het bleek een fantastische plek en een geweldige inspiratie. Wederom was ik zeer verbaasd dat ik er zo goed mee uit de voeten kon en dat met een huis! Had ik dus nog nooit eerder gehad. Dat het om een bijzonder huis gaat is natuurlijk erg persoonlijk maar ’t gebeurde gewoon.

 

Nu ik in de herfst van m’n leven nog zo geïnspireerd kan raken door wat er op m’n pad komt, ervaar ik als heel bijzonder. ‘k Ben ook meer en meer op zoek naar soberheid en een contemplatief karakter binnen m’n werk. In het stilleven had ik geloof ik ook wel een eigen signatuur; een eigen gezicht, waarmee ik me, hoop ik, onderscheidde van de rest want er wordt wat afgeschilderd binnen het genre. ‘k Ga ervan uit dat dat in de toekomst niet anders zal zijn en dat m’n werk er alleen maar persoonlijker op wordt. Dat is in ieder geval mijn intentie.

Ik ga niet zeggen dat ik nooit meer een stilleven zal schilderen, want zeg nooit nooit, maar voorlopig even niet.

 

 

Turning point.

 

Iedere kunstenaar loopt vroeg of laat wel tegen het feit aan dat ie zichzelf aan het herhalen is. Bij mij is dat zoals gebruikelijk laat; zoals ik met alles in het leven laat ben. Hopelijk is dat met de dood ook het geval. Er valt nog genoeg te doen namelijk. Niet in de vorm van de wereld rond, al dan niet in 80 dagen. Of aan een elastiek van een 100 meter hoge brug springen. Ook een parachutesprong of ander gedoe waar je hoogtevrees mee op de proef wordt gesteld wordt, is niet aan mij besteed.

 

Mijn avontuur ligt nog steeds besloten in m’n werk. Saai?? Helemaal niet! Althans niet voor mij. En dan ben ik ook nog eens niet het type kunstenaar die zich helemaal suf experimenteert, om zichzelf keer op keer opnieuw uit te vinden of om wat tegenwoordig zo hip is: “out of the box” te denken. Wat ik wel erg nodig heb is een uitdaging, maar ook iets waardoor ik getriggerd wordt. Routine en voorspelbaarheid zijn “killing” en na verloop van tijd ook niet meer op te brengen.

 

Realiserende dat het grootste gedeelte van m’n leven er al wel opzit en dat ik dien ten gevolge wat bewuster met de resterende tijd moet omspringen, liep ik steeds vaker tegen het dilemma aan: blijf ik de stillevens schilderen die ik m’n hele werkzame leven al heb geschilderd en waarin ik ben vervallen in een routinematige herhaling van iets wat ik al tig keer eerder heb gedaan, of ga ik opzoek naar een nieuwe uitdaging.

 

Uiteindelijk hoefde ik er niet eens naar opzoek te gaan, want het kwam eenvoudigweg op m’n pad en wel in de vorm van twee prachtmeiden die het ook nog eens erg leuk vinden om af en toe model voor me te staan. ‘k Denk dat dat ook de mooiste manier is om geïnspireerd te raken. Het is een bijzonder fenomeen, waarbij toeval opeens niet lijkt te bestaan en er een soort van: “het had zo moeten zijn” gevoel zich van je meester maakt.

 

’t Is op z’n minst curieus dat voordat ik op de academie kwam ik nog nooit een stilleven had geschilderd. Ik hield mij hoofdzakelijk bezig met portret en model en ben er zelfs uitsluitend op aangenomen. Dat ik onder invloed van een paar docenten toch die stilleven kant ben opgegaan had heel erg te maken met het feit dat ik er zelf zo verbaasd over was dat ik er zoveel plezier aan beleefde.

 

Nou ben ik altijd een funschilder geweest en zal het ook altijd blijven, want zonder het plezier in het schilderen an sich is er voor mij geen lol aan. Sterker nog, het is de enige manier waarop het bij mij werkt. En daar wringt hem nou net de schoen. Ik moest mij er steeds vaker toe zetten om aan het werk te gaan; om weer een stilleven op te starten en vervolgens af te maken. Maar wat nog erger was; ik raakte het plezier erin kwijt.

René Jansen is op 3 mei 1956 geboren in de stad Groningen en volgde daar ook de Ácademie voor Beeldende Kunsten "Academie Minerva". Hij studeerde af in 1983 en had les van oa. Matthijs Roling en Ben van Voorn.

 

Sinds 1989 woont en werkt hij in Kiel-Windeweer. Een prachtig Veenkoloniaal dorp met een beschermd dorpsgezicht.